
MEEST POPULAIR
HET BEGIN
Sprookjes worden verzonnen en door de tand des tijds gevormd. Het postrock sprookje is pas net begonnen, of het zo zal gaan, zal de tijd uitwijzen. Simon Reynolds, schrijver bij het Engelse muziekblad Wire en Mojo, gaf het genre zijn naam. Hij gebruikte de term postrock voor het eerst toen hij Hex van het nu bijna vergeten Bark Psychosis recenseerde voor Mojo in 1993. "Noem het avant-rock of art-pop, het zijn allemaal kinderen van Eno. Ze gebruiken de studio voor het creeëren van wat Eno een ‘fictieve akoestische ruimte’ noemde. In tegenstelling tot het gros van de rock bands, die proberen een live gevoel vanuit de studio mee te geven aan hun album. De toekomst van rock muziek ziet er vanaf nu wat rooskleuriger uit. Dankzij Bark Psychosis en hun “post rock” volgelingen." En daar was de term postrock geboren. Bark Psychosis was op zijn beurt weer sterk geïnspireerd door de laatste albums van Talk Talk, Spirit of Eden en Laughing Stock. Op die platen sloeg Talk Talk een avontuurlijke weg in, de weg van het experimentalisme. Het geluid van de albums liet zich niet in één hokje plaatsen. Elementen van jazz, rock en klassiek, samengebracht door middel van een gemeenschappelijke deler; schoonheid. De lange soundscapes en meeslepende melancholische nummers die Pink Floyd in het verleden zo magisch maakte, werden weer nieuw leven ingeblazen. Dromerig en intens. Destijds werden de platen nauwelijks begrepen, en hun a&r managers barstten in huilen uit want er stonden geen singles als 'It's my life' op. Het bleken echter profetische platen, inspiratiebronnen voor een nieuwe generatie.
Als tegenreactie op de bestaande en vastomlijnde songstructuren werd ook aan de andere kant van de oceaan langzaam het experimentele pad gezocht. In Louisville, Kentucky deed Slint zijn intrede. De fundering voor een latere lichting postrock artiesten werd door Slints tweede album, Spiderland, gelegd. Een traditionele gitaar-bas-drums-vocalen bezetting werd door Slint gebruikt om onconventionele structuren te gebruiken in hun songs. De dictatuur van het couplet-refrein-couplet idee werd omver geworpen. Brian McMahans spaarzame en gefluisterde/gesproken teksten accentueerden de hoekige gitaarriffs. De krachtige volume- en tempowisselingen en de mate van gecontroleerde chaos afgewisseld met lange akkoordwisselingen gaven Spiderland het onheilspellende karakter dat synoniem bleek te zijn voor de meeste hedendaagse postrock.
CHICAGO
Nadat Slint ten onder ging aan persoonlijke crises en de intense opnamesessies die aan Spiderland vooraf gingen, ontstond er een splitsing in de verschillende vormen van postrock. Aan de ene kant waren er de bands die als voornaamste doel hadden een zo origineel mogelijk geluid neer te zetten met invloeden uit honderdeneen genres. Een mix van krautrock (Neu!, Can), avantgarde jazz (Sun Ra, John Coltrane, Miles Davis), dub (Bill Laswell), electronica (noem maar op) en vele andere stijlen. De eerste stappen richting deze vrije vorm van postrock werden gezet door David Grubbs. In Chicago - een zeer vruchtbare postrock stad, zou later blijken - richtte hij samen met multi-instrumentalist en creatieve duizendpoot Jim O’ Rourke Gastr Del Sol op. Aanvankelijk was ook Grubbs' partner en bassist uit een eerdere samenwerking (Bastro), Bundy K. Brown van de partij. Brown verliet Gastr del Sol echter al na hun debuut The Serpentine Similar om later Tortoise mede op te richten. Gastr del Sol borduurde verder op Slints onconventionele songstructuren maar gebruikte hiervoor een andere, minimalere vorm. Het agressieve van Slint (dat wel weer terugkomt bij een hele rits mathrock bandjes zoals Chavez, Shellac en Don Caballero) werd ingeruild voor subtiele klankpatronen die neigden naar een vorm van avantgarde jazz. The Serpentine Snake laat jazz geïnterpreteerd door rockmuzikanten horen. Semi-geïmproviseerde jazzrock die subtiel een geheel vormen van beetjes klassieke klanken, folky vocalen en minimalistische structuren. Na hun hoogtepunt, het album Camoufleur, besloten beide heren wegens gebrek aan tijd de samenwerking op te heffen.
Rond de tijd dat Gastr del Sol hun eerste muzikale stappen zette was in Chicago nog een andere band bezig de wereld van de postrock te betreden met een gedurfde mix van stijlen. Met het zelfgetitelde debuutalbum zette Tortoise de toon voor een reeks aan uniek klinkende albums. Met als hoogtepunt het tweede; Millions Now Living Will Never Die. Inmiddels was David Pajo (ex-Slint) ingelijfd en had Bundy K. Brown ook Tortoise weer ingeruild voor een aantal solo projecten. De meer dan twintig minuten durende openingstrack van Millions Now Living... is een definitie van postrock “Tortoise stijl” op zich. ‘Djed’ laat een variatie aan invloeden horen. Van cool jazz tot dub en van krautrock tot stevige indierock. Kritieken waren lovend al waren die vaak uitsluitend gebaseerd op twintig minuten ‘Djed’. De rest van het album werd, overdreven gefraseerd, beschouwd als filler.
Na Millions Now Living... vertrok ook Pajo om zich te concentreren op zijn eigen solo postrock project, Aerial M. Zijn vervanger was Jeff Parker, in Chicago op avantgarde jazzgebied een grootheid. Op TNT en vooral op Standards speelde Parker een grote rol in de vormgeving en inmenging van jazzy en melodische structuren met de indie achtergrond van postrock. Daarbij heeft hij ook een zeer belangrijke vinger in de pap bij de meer jazz gerichte afsplitsing van Tortoise, Isotope 217, waar ook de geweldige cornettist Rob Mazurek (Chicago Underground Duo/Trio/Quartet) zitting in heeft. Vooral hun Utonian_Automatic uit 1999 laat mooi horen hoe Miles Davis in de jaren zeventig gekoppeld kan worden aan hedendaagse postrock, terwijl de alomaanwezige Bundy K. Brown en Tortoise-drummer John McEntire produceerden.
Chronologisch parallel aan de opkomst van Tortoise en Isotope 217 maar minder bekend is HiM, het destijds nieuwe project van Rex-, Codeine- en June of 44-drummer Doug Scharin. HiM begint als puur dub-project, maar gaat in de loop der jaren steeds meer de postrock en jazz-richting op, terwijl afrobeat ook een steeds belangrijke rol krijgt toebedeeld. Scharin krijgt daarbij hulp van mensen als, hoe kan het ook anders, Bundy K. Brown en Rob Mazurek. Albums als Sworn Eyes en New Features zijn juweeltjes als het aankomt op succesvolle kruisbestuivingen tussen postrock, jazz en dub. De invloeden verschillen niet van Tortoise, de uitvoering is echter nauwelijks te vergelijken.
Een tweede geheel andere interpretatie van de vrije postrock vorm werd neergezet door het Londense Stereolab. Stereolab presenteerde in hun muziek een voorliefde voor stijlen die hun roots niet in de rockmuziek hadden. Onder andere bossanova en filmmuziek ingekleurd met Franse vocalen waren de belangrijkste vormgevers van het Stereolab geluid. Zoals krautrock zijn invloeden veilig heeft gesteld in vele stijlen heeft Stereolab ook hun nodige portie inspiratie bij Neu! en Faust vandaan gehaald. Het geluid van Stereolab lijkt een parallel met zangeres Laetitia Sadiers obsessie voor tweedehands winkeltjes. De bakken van jaren ’50 filmmuziek en andere tweedehands invloeden worden gekneed tot een swingende mix van exotische postrock. Onder aanvoering van het verliefde stel Tim Gane (ex-McCarthy) en de uit Frankrijk afkomstige Sadier ontsteeg Stereolab de obscure ondergrond om een van de meest invloedrijke en originele bands uit de jaren negentig te worden. Onder de titel Switched On werd in 1992 een serie aan singles van het meest prille werk van Stereolab gepresenteerd. Sadier en Gane verklaren op Switched On hun liefde aan de krautrock structuren van Neu! en Can terwijl ze subtiele synths en zachte zang de sfeer laten zetten. Met het eerste album Peng! werd deze weg verder bewandeld. Na Peng! werd het Stereolab pad wat donkerder en krijgt de krautrockinvloed de overhand. Op Transient Random Noise Bursts With Announcements werden noisy intermezzo’s afgewisseld met lange krautrock jams. Daarna werden de albums steeds poppier en met hun vierde langspeler Emperor Tomato Ketchup werd hun doorbraak definitief.
Het Stereolab-geluid is steeds gepolijster geworden, maar nog steeds origineel door de toepassing van verschillende stijlen. Stereolab drijft steeds een beetje verder weg van de postrock oevers. Avantgarde pop met invloeden uit bossanova en loungy thema’s, krijgen de overhand. Niet minder spannend overigens. Wel minder postrock.
De tweede vorm van postrock wordt bepaald door emotie en crescendo’s. Tempowisselingen die door lange intro’s voorafgaan en uitmonden in langgerekte, orgasmische geluidsmuren. Terwijl Slint de lichting Gastr del Sol / Tortoise inspireerde dreunde Talk Talks Laughing Stock nog door in de hoofden van onder andere het eerdergenoemde Britse Bark Psychosis. Invloeden van Sonic Youth, Swans maar ook popmuziek als de vroege Level 42 klonken door in de sferische rock van de groep. Het is vooral hun albumdebuut Hex uit 1994 wat een blijvende indruk heeft achtergelaten. In 1997 gaat de band uit elkaar, maar na wat solo gerommel van zanger Graham Sutton met zijn drum ’n bass project Boymerang, begon hij met hulp van voormalig Talk Talk drummer Lee Harris in 1999 aan een nieuw Bark Psychosis album, Codename: Dustsucker. Sutton neemt vrijwel de complete instrumentatie en vocalen voor zijn rekening. Na strubbelingen met platenmaatschappijen is de releasedatum gesteld op maart 2004. De plaat is wel al te vinden op P2P-programma's als Soulseek.
Tussen de cirkelvormige, zwevende huizen, zweeft een carbon bankje, een oude man met grijze, lange, krullende haren en ouderwetse kleding gaat zitten, zijn eeuwig vochtige ogen staren de moderne nieuwbouwwijk in. Ooit was dit de plek waar hij zijn inspiratie op deed. Het stemt hem verdrietig te zien hoe de moderne bouwkunst zijn emotie heeft weggevaagd. Toch komt hij steeds weer terug. Terug naar de plaats die hem jaren geleden zoveel inspiratie gaf dat hij nooit meer de oude kon zijn toen het gesloopt werd. “Goodbye, broken trains, the devil hard as concrete, across our empty fields. From shadows across our sunrise and sail beneath our wheels. So goodbye lovely warehouse goodbye sleeping wheels your duty was a shining thing it fell away from me.” De teksten die hij toen schreef staan nog in zijn geheugen gegrift, Het was een omstreden album, het was niet het album waar ze toen op gehoopt hadden. Maar dat kon hem verdomme geen zak schelen. Het was hun punkrock, het was hun pijn en frustratie vastgelegd op cd. Het deed pijn en het doet nog steeds pijn voor de oude man. De rails waren zijn emotie vastgelegd in staal. Hij was een met het terrein. De hoop heeft hij opgegeven. De emotie die zijn muziek uitstraalde is bijgeschreven in het postrock sprookje. Zijn makkers uit het Constellation kamp zijn al vertrokken, ze kozen de makkelijke weg, of de makkelijke weg koos hen. Hij zal nooit de makkelijke weg kiezen. Andersom ook niet.
GODSPEED ETC.
In Montréal, Canada gebeurden andere spannende dingen. Rond 1994 werd uit de Montréalse muziek- en kunstbeweging (synoniem aan kraakbeweging) Godspeed You! Black Emperor geboren. In 1994 werd een drieëndertigtal tapes onder de naam All Lights Fucked On The Hairy Amp Drooling uitgebracht. De line up bestond toen nog uit twee personen, Efrim en Mauro, die onder de noemer ‘wereldmuziek’ eerder van zich liet horen. De start was gemaakt en Godspeed werd snel uitgebreid tot een ensemble van negen man. Drie gitaristen, twee bassisten, een violiste, een celliste, twee drummers / percussionisten en niet te vergeten een paar kilometer aan zogenaamde fieldrecordings (opgenomen stukjes gesproken tekst of andere geluidsfragmenten) op tape. Met negen man wordt een begin gemaakt aan het officiële debuut van Godspeed F#A# (Infinity). F#A#(Infinity) bevatte drie lange ‘composities’ bestaande uit drie á vier segmenten.
The car’s on fire and there’s no driver at the wheel
and the sewers are all mudded with a thousand lonely suicides
and a dark wind blows, the government is corrupt
and we’re on so many drugs with the radio on
and the curtains drawn
we’re trapped in the belly of this horrible machine
and the machine is bleeding to death.
De eerste zinnen van F#A#(Infinity) voorspellen een gitzwart scenario. Voor een instrumentaal gezelschap is Godspeed You Black Emperor een uiterst politiek geëngageerd en vooral kritisch gezelschap. De Montréalse kunstgemeenschap leunt erg op links politieke idealen. Zwaar gekeerd tegen elke vorm van commercie en kapitalisme. Niettemin gaat Godspeed gewoon door met het verkopen van hun albums en is de wereld een nieuwe markt voor het collectief. De grote creatieve honger van de negen bandleden wordt ondertussen gestild door het oprichten van diverse solo- en samenwerkingsprojecten. Elk project concentreert zich op een ander instrument of aspect van de postrock essentie.
In vogelvlucht:
- A Silver Mt. Zion Memorial Band & Tra la la Orchestra
Opgericht door Efrim Menuck, door velen als het middelpunt van het collectief gezien. Ontstaan uit de wens om met een kleiner ensemble samen te werken. De intense geluidskleden worden vooral ingevuld door piano en viool. Het kleinere zusje van Godspeed maar minstens net zo spannend.
Albumtip: Born into Trouble as the Sparks Fly Upward
- set fire to flames
Een dertien man tellend ensemble dat ‘fieldrecordings’ als instrument beschouwd en naast korte geluidsfragmenten omgeven door sferische muziek ook intense geluidsmuren kan produceren. Heeft de neiging zichzelf af te zonderen in verlaten warenhuizen, om daarna slaapdeprivatie, opsluiting en geestverruimende artikelen als extra stimuli te gebruiken voor hun creativiteit.
Albumtip: sings reign rebuilder
- Fly Pan Am
Kwartet met op gitaar en tapeloops Roger Tellier-Graig in de gelederen, die ook zitting neemt in Godspeed en set fire to flames. De band neemt voortdenderende gitaarrock als uitgangspunt, en voegt daar ruwe brokken noise en repeterende minimal music patronen aan toe. Mogen zichzelf op plaat graag saboteren.
Albumtip: Ceux Qui Inventent N'ont Jamais Vécu
Godspeed kent nog vele andere afsplitsingen. Vaak de moeite waard, soms ook niet. Helaas zijn de bandleden lang niet altijd even kritisch op zichzelf, en zo onstaan er ook door de rest van de wereld onbegrepen werken als de nieuwste van A Silver Mt. Zion of de titelloze eerste van Exhaust. Toch zijn de meeste bandleden zo veelzijdig dat ze geloofwaardig kunnen optreden in alle hoeken van het postrock spectrum.
IL CASTRATO
Het prachtige IJslandse landschap kent vele gezichten en gedaantes. Zo ook de muziek uit het land van geisers en noorderzon. Het IJslandse Sigur Rós werd in 1994 opgericht door de tieners Jon Thor Birgisson (gitarist en zanger), Georg Holm (bassist) en de inmiddels vertrokken drummer Agust. Nadat ze een contract tekenden bij het IJslandse label Bad Taste, begonnen ze met de opnames van hun debuut Von. Von is een ambient postrock album. Lange nummers beladen met beangstigende soundscapes. Von is slechts nog via Bad Taste te verkrijgen en is altijd een obscuur album gebleven. Na Von werd Sigur Rós versterkt met Kjartan Sveinsson op keyboards. De opnames van het intens mooie Agætis Byrjun resulteerden in een album vol met melancholische en lange nummers.
Birgissons lange halen met een strijkstok over de snaren produceren oorverdovende maar schitterende watervallen van gitaargeweld. Birgisson zingt in een half IJslands-half verzonnen taaltje dat hij ‘hopelandic’ doopte. Hij is gezegend met een falsettostem van jewelste. Hoge noten worden met gemak de lucht in geschoten om de galmende gitaarmuren bij te staan. Gecombineerd met het felle en harde drumgeluid van Holm is Agætis Byrjun een postrock album dat de langgerekte schoonheid van Godspeed en consorten verbind met Beatle-esque passages. Door Amerika werd het snel opgepikt en diverse labels streden om de rechten van het IJslandse fenomeen. Optredens op het All Tomorrow Parties festival en voorprogramma’s voor Radiohead waren het gevolg. In oktober 2002 werd ( ) uitgebracht. Voor velen van mindere schoonheid, want minder verassend, maar nog steeds vol met intense pracht.
Duidelijk is dat postrock een immens gebied bestrijkt. Afgaande op het kleurrijk palet aan invloeden is het duidelijk dat er in elk gebied wel een topper zit. Psychedelische gitaarmuren gecombineerd met Black Sabbath riffs en een dwarsfluit vind je bij de door verschillende drugs beïnvloedde mannen en vrouw van Bardo Pond. Hun intens droevige spacerock mag af en toe wat afwisseling missen, maar kent zijn gelijke niet in het op muziek zetten van hallucinerende trips met slechte afloop.
Dit jaar bracht de band de opvolger van het bombastische en hypnotiserende Dilate (2001), On The Ellipse. Wederom een magnifiek album dat met volume en tempowisselingen een geladen geheel laat horen.
Beschaafde en ‘schone’ postrock is te vinden bij het uit Richmond afkomstige Labradford. Op Labradfords absolute hoogtepunt, Mi Media Naranja (1997), worden ambient gitaarloops en keyboardspel gecombineerd met groovy percussie en sfeervolle, echoënde gitaren. Het eindresultaat is een desolaat klinkend album dat toch heel makkelijk wegluistert.
Het Schotse Mogwai neemt een combinatie van fijne melodieën en harde gitaarriffs als uitgangspunt, een uitgangspunt waarbij Slint en Sonic Youth elkaar hoopvol omarmen. Ooit claimden ze de hardste band ter wereld te willen worden en met hun optredens probeeren ze dat oorverdovende doel ook daadwerkelijk te bereiken. Inmiddels staan er vier albums op hun naam. Het debuut Young Team (1997) gaf meteen aan dat Mogwai een spreekwoordelijke topper in de dop was. Met het laatste nummer van Young Team, genaamd 'Mogwai Fear Satan', geeft de band een episch visitekaartje af. De typische hard-zacht benadering wordt verder uitgewerkt op het nog iets betere 'doorbraakalbum' Come On Die Young (1999), geproduceerd door Dave Fridmann van Mercury Rev. Op het niet geheel geslaagde derde album Rock Action, slaan ze een zijweggetje in dat leidt naar ‘echte’ liedjes met onder andere gastvocalen van Super Furry Animals zanger Gruff Rhys. Dit jaar kwam het cynisch getitelde Happy Songs For Happy People uit, waarop ze het pad van de liedjes weer een beetje verlaten en verder gaan waar ze het beste in zijn: grotendeels instrumentale liedjes met een melancholieke lading, ditmaal vaak opgeleukt met electronica en vocoders. Verrassend is de plaat niet, maar met zulke kwaliteit is dat ook niet altijd nodig.
Net als Godspeed en veel van hun afsplitsingen gebruikt een band als Rachel's klassieke elementen van componisten als Gorecki, Steve Reich en Arvo Pärt in hun eigenwijze versie van postrock. Het ensemble rondom Rachel Grimes past zelfs maar met moeite in het postrock-plaatje; een album als Selenography (1999) heeft meer gemeen met klassieke kamermuziek dan met rock. De gepassioneerde pianoklanken en melancholische strijkermelodieën zijn de sterkste ingrediënten van hun meeslepende muziek.
Do Make Say Think is niet zozeer vernieuwend bezig, maar maakt wel op prettig verfrissende wijze gebruik van zowat alle invloeden die er in de postrock voorhanden zijn: jazz, dubritmes (vooral op hun titlelloze debuut uit 1998) spacerock, electronica, alles wordt op een hoop gegooid, waarna het zestal een opmerkelijk coherent en vaak vrij ingetogen geheel vormt van deze nogal uiteenlopende stijlen. Het dit jaar uitgebrachte Winter Hymn Country Hymn Secret Hymn kent een lichte verschuiving richting meer dynamiek en harde crescendo's, en in vergelijking met eerdere platen zijn de groovy ritmes wat losgelaten ten faveure van blazers en lange postrock intro’s op gitaar en drums. Winter Hymn Country Hymn Secret Hymn is een mooi vervolg op het minstens even prachtige &Yet &Yet uit 2002.
DE TOEKOMST
Natuurlijk is er ook kritiek op het genre. Die bestaat vooral uit klachten als te saai, teveel afhangende van alweer een crescendo, te repetitief, te neuzelend. Voor buitenstaanders kan dit inderdaad zo lijken, maar het is juist het herhalingspatroon, het hypnotiserend-repetitieve aspect van minimal music dat postrock zo verschillend maakt van doorsnee couplet-refrein-couplet popmuziek. Het zijn juist de luide crescendo's die in samenspraak met zachte aan- en uitlopen een compleet verhaal vertellen, vaak zonder woorden.
De toekomst voor postrock ligt in de variatie. Steeds vaker wordt er afgestapt van 'normale' instrumenten, steeds meer doen allerhande electronica hun intrede om het geluid uit te rekken, te vertragen, met effecten te overladen, en vooral om het geheel te verrijken. Ga maar eens na, electronica, computers en sampleapparatuur kunnen steeds verder gaan en komen zo op plekken die door gitaar, bas en drums alleen nooit zouden zijn bereikt. Er wordt nu al spaarzaam omgegaan met elektronische snufjes. Mogwai doet voorzichtig wat met sampleapparatuur en vocoders. Sigur Rós speelt met effecten en veruit de meeste postrockers op het Constellation label verwerken veel opgenomen geluidsfragmenten van oude films en interviews (zogenaamde ‘fieldrecordings’) in hun lang uitgesponnen nummers. Nieuwe bands als Black Dice (noise-exotica) en Out Hud (postrock met funk en noise invloeden), voegen door hun frisse, originele aanpak nu al wat toe aan een genre dat eind vorige eeuw vooral achter de eigen staart leek aan te rennen.
Mag je dromen? Of beter gezegd; mogen wij dromen? Sinds niemand ons dat kan verbieden doen we het hier gewoon hardop. Natuurlijk werken postrockers onderling al flink samen, maar ons voorstel is om buiten de grenzen te zoeken. Mogelijkheden zat, wij kijken likkebaardend uit naar een samenwerking tussen Mogwai en Oval. Noise erupties die worden ingekleurd met melancholieke gitaartokkels, intens drumwerk tegen een achtergrond van melodieuze ruis. Phil Elvrum, het genie achter de experimentele kraak- en knutselpop van de Microphones, spreek eens wat af met die gasten van Tortoise, en laat je popliedjes eens uitspinnen tot van die ragfijne jazzy postrockdraden. Laat Mark Hollis, voormalig Talk Talk-genie, zijn handen ineenslaan met een laptopper als Fennesz. Of Sigur Rós in de zandbak met Radiohead, de gepijnigde en breekbare stem van Thom Yorke in combinatie met gierende gitaarmuren, een natte droom van jewelste. Nu is deze laatste ‘droom’ recent werkelijkheid geworden, zij het in een alternatieve vorm. Voor een dansstuk van Merce Cunningham zijn beide bands gevraagd om een twintig minuten durend stuk te schrijven. Goed zo jongens, nu nog even afspreken voor een heel album of een E.P? Dank je wel.
Zoals het met het ene na het andere popgenre gaat, herhaalt de geschiedenis zich. Voor postrock is dit nog ver weg. Het genre staat goed beschouwd pas net in de kinderschoenen. Avontuurlijk en gepassioneerd, wat wil je nog meer als toekomstmuziek?
De tien essentiële postrock-albums volgens KindaMuzik:
Talk Talk - Laughing Stock (Polydor, 1991)
Slint - Spiderland (Touch & Go, 1991)
Stereolab - Transient Random Noise Bursts With Announcements (Elektra, 1993)
Bark Psychosis - Hex (Caroline, 1994)
Tortoise - Millions Now Living Will Never Die (Thrill Jockey, 1996)
Godspeed You Black Emperor! - F#A#(Infinity) (Constellation / Kranky, 1997)
HiM - Sworn Eyes (Perishable, 1999)
Mogwai - Come On Die Young (Chemikal Underground, 1999)
Sigur Rós - Ágætis Byrjun (Fat Cat, 1999)
Do Make Say Think - & Yet & Yet (Constellation, 2002)
http://www.kindamuzik.net/artikel.php?id=4593
Meer op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/709
Deel dit artikel: