
MEEST POPULAIR
| 1. | Lowlands festival | ![]() |
| 2. | Pukkelpop | ![]() |
| 3. | Eels | ![]() |
| 4. | Into The Great Wide Open | ![]() |
| 5. | DE EENENTWINTIG | ![]() |
| 6. | Die Antwoord | ![]() |
| 7. | Slipknot | ![]() |
| 8. | The Melvins | ![]() |
| 9. | Surfer Blood | ![]() |
| 10. | Grinderman | ![]() |
Het Nederlandse trio Julie Mittens heeft de eer om de avond te openen. Met hun creatieve mengeling van vrije jazz en noise weten de drie een interessant klankenpalet op te bouwen waarmee ze het publiek langzaam in hun greep krijgen. Tijdens een eerste structuur scheppen bas en percussie een voorzichtig kader waarin jazzy contouren worden geschapen. Die worden dan door het gitaarspel van Aart-Jan Schakenbos ingevuld. Dit doet hij eerst met de vele knopjes en pedaaltjes die zijn gitaar (die op het podium ligt) omgeven. Langzaam stelt hij zich recht om op basis van resonantie het geluid wat meer volume te geven.
Dat is nog niets in vergelijking met het tweede nummer. Julie Mittens manifesteert zich plots als een krachtige machine die perfect in staat blijkt om oeverloos gitaargeweld te kanaliseren. Het is haast evident dat het publiek meer wil na die opstoot van wilde energie. Het jazzy bisnummer is dan ook geheel terecht.
Heliogabale is muzikaal schatplichtig aan de laatste jaren van de vorige eeuw. De stomende ritmesectie en het typische gitaar- en basgeluid vertonen duidelijke sporen van bands zoals The Jesus Lizard, Circus Lupus en andere verwante gitaargrootheden. Het probleem met het Franse equivalent is echter dat de band niet echt nummers heeft die een meerwaarde bieden. Aan energie ontbreekt het niet en de band zet een lijvige set neer waarin hij zichzelf helaas muzikaal vaak herhaalt. En daar kunnen de schelle zangpartijen van Sasha Andrès niets aan verhelpen.
Vervolgens gaat het van kwaad naar erger. De Belgische vertegenwoordiging op de eerste dag van het Playfestival bakt er hoegenaamd niets van. Onder de noemer POX [foto linksonder] wordt het podium voor deze gelegenheid bevolkt door de bende mannen die in grote mate verantwoordelijk zijn voor de muzikale scenevorming rond het licht incestueuze Heaven Hotel label. We onderscheiden Rudi Trouvé, Craig Ward, Mark Meyers, Koen Vandencamp en Jurgen DeClerck. Er is natuurlijk niets mis met het feit dat je in veel bandjes speelt, maar als je als respectabel muzikant het podium durft te betreden met een handvol slordig uitgewerkte ideeën die kant noch wal raken, dan zou je je toch moeten schamen.
POX klinkt rommelig en heeft last van een slecht geluid, wat gedeeltelijk op het conto van gelegenheidsgeluidsman Elko Blijweert geschreven kan worden, maar - en dat is toch wel het belangrijkste - hervalt met ieder nummer weer in hetzelfde saaie patroon waarin monotone gitaarriffs tot in het oneindige voortdenderen. Als Ward er dan nog wat pathetische zang aan toevoegt, dan krijg je muzikale bagger die zijn weerga niet kent. Nog nooit klonk een negatieve publieksappreciatie zo gemeend.
Het loopt tegen middernacht als Don Caballero [foto rechtsboven] het podium beklimt. Drummer Che Damon - het enige originele lid - verzamelde nieuw personeel rond zich en het publiek was het legendarische concert dat de band zeven jaar geleden gaf op hetzelfde podium nog niet vergeten. Anno 2006 mag Don Caballero er nog steeds wezen, maar de band lijkt intussen toch iets minder begeesterend te spelen dan voorheen. Waar ze zich een klein decennium geleden de ziel uit het lijf speelden, komt het nu over alsof het viertal zijn haast wiskundig opgebouwde instrumentale mathrock wat zielloos brengt. Misschien ligt dit aan het tijdsklimaat. Destijds bevond Don Caballero zich immers in de muzikale voorhoede, terwijl ze intussen een beetje verworden zijn tot het zoveelste postrockbandje.
Maar gedane zaken nemen geen keer en als we het verleden laten rusten horen we een band die weet waar hij mee bezig is en die toch wel knappe versies van onder meer ‘Mmmmm Acting, I Love Me Some Good Acting’, ‘Theme from Bricktop Downs’ en ‘Palm Trees in the Fecking Bahamas’ ten gehore brengt. Tijdens de bisronde wordt er duchtig in de oude doos gegrabbeld en passeert er materiaal dat lange tijd geleden verscheen op What Burns Never Returns, toch wel het hoogtepunt van Don Caballero. Soms is het toch leuk om een glimp van het verleden op te vangen.
http://www.kindamuzik.net/live/playfestival/don-caballero-pox-heliogabale-julie-mittens
Meer Playfestival op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/playfestival
Deel dit artikel: