
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
A = AMM
AMM startte in de jaren zestig als een collectief van gelijkdenkenden die één ding gemeen hadden: lak aan regels. Gitarist Keith Rowe, drummer Eddie Prévost en saxofonist Lou Gare - later versterkt met de vrijgevochten componist, Cornelius Cardew en pianist John Tilbury - lieten vooral horen hoe je instrumenten anders kunt gebruiken. De liner notes van Prévost voor het debuut AMMusic uit 1968 sommen het perfect op: “Every noise has a note.”

B = Glenn Branca
Er wordt wel eens gezegd dat een gitaar een extensie van de fallus is. Wat dan te denken van Hallucination City: Symphony for 100 Guitars, een concert voor honderd gitaren dat avantgardecomponist Glenn Branca in 2001 in New York organiseerde? Branca’s gitaarnoise-exercities in Theoretical Girls en zijn latere composities voor meerdere gitaren inspireerden Thurston Moore tot het oprichten van Sonic Youth.
C = John Cage
John Cage (1912-1992) legde een belangrijk deel van de noise-fundering met zijn onorthodoxe manier van componeren. Zijn legendarische stukken voor prepared piano worden gekenmerkt door onlogische ritmiek en gebrek aan enige melodie. Cage idee was dat elk geluid, hoe lelijk ook, een muzikale aantrekkingskracht had als het maar voldoende vaak herhaald werd.
D = The Dead C
Als psychedelische tegenhangers van Sonic Youth maakte The Dead C vooral furore bij noisefreaks in de Amerikaanse underground. Een typisch Dead C album zit tjokvol lo-fi opgenomen soundscapes vol geïmproviseerde rockjams, dronende feedback en bedompte percussie. De Nieuw-Zeelanders zijn met hun vrije opstelling voorgangers van losgeslagen noiserockbeesten als Wolf Eyes en Mouthus.
E = Einstürzende Neubauten
De chaos die Blixa Bargeld en zijn team van industriële slopers wisten te veroorzaken, zowel live als op albums, moet nog overtroffen worden, al zijn Hair Police en Sightings bezig op eenzelfde manier de rockgeschiedenis te slopen. Het Duitse gezelschap fabriceert regelmatig zijn eigen instrumenten om de avant-gardistische industrial nog meer kracht bij te zetten.
F = Fushitsusha
Keiji Haino, één van de spilfiguren in de Japanse rockwereld bundelde begin jaren tachtig zijn krachten met bassist Yasushi Ozawa en drummer Jun Kosugi en schiep een legendarisch rock-’n-rollmonster dat in alle opzichten te groots was voor de westerse wereld. Het trio broede op een nest vol psychedelische riffs, pompende drums en geïmproviseerde vocalen.
G = Gerogerigegege
Juntaro Yamanouchi’s werk kan worden verdeeld in twee categorieën: pure fuckin’ noise en het curieuze Senzuri: de immer fascinerende kunst van het masturberen, inclusief het zwaar aangezette gekreun, gehijg en andere bijgeluiden die daar bij horen. Yamanouchi wist die twee stijlen zelfs live bij elkaar te brengen door het inhuren van Gero-30, een Japanner die masturberen voor een publiek uitermate bevredigend vond. Dat leidde in Japan tot beruchte optredens en het is die status die hem later richting Europa voerde.
H = Hijokaidan
Als een van de eerste Japanse noiseguerilla’s streefde Hijokaidan vooral in het begin naar een totale noise-ervaring. Er werd op het podium geürineerd, met voedsel en drinken gegooid en tussendoor heftig op gitaren geramd. Later concentreerden Jojo Hiroshege, zijn vrouw Junko en Toshiji Mikawa zich meer op de pure aurale geseling door allemaal tegelijkertijd zoveel mogelijk geluid uit hun instrumenten te persen.
I = Industrial
De beweging die het dichtst bij de esthetiek van noise staat in het gebruik (of de verkrachting) van rock-’n-roll met elektronica. Industrial kwam begin jaren tachtig op als een rechtstreeks uitvloeisel van de postpunkscene. Cabaret Voltaire, Coil, Throbbing Gristle, Nurse With Wound, Clock DVA maakten industrial een even kleurrijke als shockerende belevenis.

J = Japanoise
Onder de ambitieuze leiding van Merzbow manifesteert de Japanse noise-stroming (onder de noemer Japanoise) zich als de meest consistente. Merzbow (Masami Akita) begint midden jaren tachtig beïnvloed door S&M en Whitehouse aan een indrukwekkende opmars die honderd albums later nog steeds niet te stuiten is. Andere noemenswaardige Japanoise artiesten zijn Aube, Masonna, Hijokaidan, K.K. Null, C.C.C.C., Guilt Connector en Hanatarash. Een mooi overzicht van deze noisestroming vormt de verzamelaar Japanoise op het Little Maffia label.
K = Kapotte Muziek
Het Nederlandse elektro-akoestisch collectief Kapotte Muziek begeeft zich onder gemeenschappelijke leiding van Frans de Waard, Roel Meelkop en Peter Duimelinks in hetzelfde vaarwater als AMM. Optredens van de groep worden voorafgegaan door het zoeken naar materialen die kunnen dienen als geluidsbron en ontaarden steevast in een broeierige kakafonie van allerhande geluiden die nauwelijks tot de bron kunnen worden herleid.
L = Lightning Bolt
Drie studenten aan de kunstacademie van Providence, Rhode Island besluiten in 1994 een muzikaal project op te richten dat weinig van doen heeft met bestaande regeltjes. Bas, drums en holenmensvocalen zijn de enige ingrediënten. De guerilla-optredens op ongebruikelijke plaatsen in zalen leveren de groep al snel een beruchte status op. Met hun tweede album, Wonderful Rainbow ontstijgen ze de oefenhonkencultuur van het kunstacademiewereldje en rammen ze hun eigen stempel op een vrije vorm van noiserock die rechtstreeks aan bands als Sonic Youth, Ruins en Boredoms gelinkt kan worden
M = Metal Machine Music
Halverwege de jaren zeventig was Lou Reed vooral de heroïnetroubadour bij uitstek. Maar tussen fenomenale platen als Berlin en Coney Island Baby gebeurde er iets dat niemand had kunnen voorspellen. Metal Machine Music moest óf een grap zijn óf een manier om contractbreuk met zijn platenmaatschappij af te dwingen óf toch gewoon het ultieme noise-omen. Op Metal Machine Music laat Reed zich horen als een fanatiek snarenmasochist. De feedbacksessies die bij zijn Velvet Underground soms minuten duurden uitgerekt tot in het oneindige.
N = Friedrich Nietzsche
Nietzsche beschreef in zijn werkDie Geburt der Tragödie zonder het te weten een perfecte tegenstelling die op noise toepasbaar is. Het gaat om een absolute tweedeling in de esthetische beleving, waarbij hij een onderscheid maakte tussen een apollinisch en een dionysisch aspect, een wereld van de geest, orde, regelmaat en één van de roes, chaos, het uit je dak gaan.
O = John Olson
Mede-oprichter van één van de meest spraakmakende noise-acts van dit moment, Wolf Eyes en labelbaas van het even belangrijke undergroundlabel American Tapes. Daarnaast laat Olson zich gelden in Graveyards, een vurig freejazz-trio, en vormt hij met Tovah O’Rourke Dead Machines.
P = Prurient
Dominick Fernow streeft als Prurient naar een extreem mentale én fysieke noise-ervaring. Prurient-optredens staan bekend om hun grandioze intensiteit en gebruik van onconventionele instrumenten als frituurpannen, metaalplaten en ijzerdraden. Met zijn Hospital Recordings label biedt hij bovendien een schat aan gelijkgestemden de kans om hun missie te laten gelden.

Q = Quasi-nonchalant
Houding van veel bezoekers tijdens noise-concerten.
R = Luigi Russolo
Russolo (1885-1947) schreef als lid van de Futuristen het Art Of Noise manifest, een schrijven waarin hij zijn visie over het gebruik van alledaagse geluiden (noise) in de muziek van de toekomst gaf. Iets dat later tot uiting kwam via de musique-concrête stroming ingezet door Pierre Schaeffer.
S = Smegma
Zeer interessant is het album Smegma Plays Merzbow/Merzbow Plays Smegma, voor een brute kijk op de noise van oudjes Smegma en een evenzo meedogenloze interpretatie van de noisescapes van Merzbow. Smegma maakte deel uit van de Los Angeles Free Music Society, een collectief van noise-anarchisten waarvan Smegma de langste adem bleek te hebben. Nu nog toeren ze over heel de wereld en vormen hun cut-up noise-perikelen het hoogtepunt van menig experimenteel festival.
T = Throbbing Gristle
Mishandeling, fascisme, nihilisme, absurdisme. Throbbing Gristle flirtte met alle verkeerde idealen en wist die op geniale wijze in hun muziek te verenigen. Albums vol suizende noisescapes, pompende industrial en absurde vlagen non-conformisme. Alice Coopers versie van shockrock verbleekte begin jaren tachtig behoorlijk toen de peetvaders der industrial hun intrede deden.
U = ‘Urine Burn’
Een schedelsplijtend, centraal nummer op het ‘doorbraakalbum’ van Wolf Eyes, Burned Mind (Sub Pop, 2004). In dik vier minuten schuifelen onrustige effecten om elkaar heen om geleidelijk een massieve kluwe van hels schrapende feedback te vormen die later uitmondt in één hels piepende drone. Een mooie start voor een beginnende luisteraar; als dit je bevalt dan is dit alfabet de aanvang van een spannende reis.
V = V∞redoms
Afsplitsing van de onovertroffen Japanse experimentele noiserockers Boredoms. Onder leiding van Yamatsuka Eye stichten Boredoms drummers Yoshimi "P-We" Yokota, Atari en Yo-Chan na het uitbrengen van Vision Creation Newsun een fantoom-achtige afsplitsing die zich slechts concentreert op de tribale kwaliteiten van de drums. Een handjevol optredens en wat posters zijn tot nog toe het enige bewijs van bestaan van deze curieuze eenheid.

W = Whitehouse
Groot inspirator van de Japanse noisescene. Artiesten als Merzbow, Aube en Masonna zijn uitgesproken liefhebbers van Whitehouse’ gierende electro-noise. Vaak gaat deze vergezeld van maatschappijkritische teksten die furieus over de soundscapes worden geblaft.
X = Iannis Xenakis
Één der grote pioniers van elektronische muziek. Iannis Xenakis baseerde zijn composities vaak op mathematische thema’s of computerprogramma’s. Dat resulteert in dichte stukken texturele elektronica met heftige oprispingen en snijdende ritmes die alleen geschikt zijn voor avonturiers met een behoorlijk uithoudingsvermogen.
Y = Otomo Yoshihide
Yoshihide begon zoals zoveel Japanse tieners als een fervent punkrock liefhebber, maar al snel werd hij geprikkeld door de freejazz van John Coltrane, Kaoru Abe en Derek Bailey. Van trashrock naar samples van Japanse liedjes, electronica en alles ertussenin. Zijn album Night Before Death of Sampling Virus is een mijlpaal in de deconstructieve kant van noise. 77 nummers die via shuffle afgespeeld dienen te worden om zo steeds een andere beleving te scheppen.
Z = Z’ev
Stefan Weiser alias Z’ev werkte samen met Glenn Branca en John Cage, maar maakt vooral solo indruk als vrije vorm percussionist. Grote stukken metaal, gigantische veren, aan elkaar geschakeerde pijpleidingen en een handvol plastic waterreservoirs dienen als geluidsbronnen.
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/diverse-artiesten/abc-der-noise/12474/
Meer Diverse Artiesten op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/diverse-artiesten
Deel dit artikel: