
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Niet dat de TB-303 synthesizer daar oorspronkelijk voor bedoeld was. Want feitelijk was het apparaat op de markt gebracht om als automatische bassist dienst te doen voor groepen of artiesten die er zich geen konden permitteren. Maar toen ergens in 1985 in Chicago DJ Pierre en zijn maatjes Herbert J en Spanky eens aan de knopjes draaiden kwam dat zoemende en tripperige geluid eruit. Ze besloten er een beat onder te zetten het eerste acid-nummer ooit was geboren. Ze gaven een promo-exemplaar aan de legendarische dj Ron Hardy en die vond het wel wat. De eerste avond draaide hij de plaat zelfs vijf keer. Het publiek noemde de plaat Ron Hardy’s Acid Track.
Fase 1: Chicago
Pas in 1987 kwam de plaat uit op het al even legendarische Trax-label, maar toen sloeg ze ook wel ineens in als een bom. Genesis P-Orridge van Psychic TV zou dan, na een bezoek aan de discotheken van de Windy City, de naam ‘acid house’ bedacht hebben. Hij ging er namelijk onterecht van uit dat het publiek zich op deze muziek amuseerde met LSD. We weten ondertussen dat het XTC was dat ze namen, maar de naam is gebleven. De stijl had onmiddellijk een enorm succes en een groot aantal houseproducers die sindsdien historische naam en status hebben gekregen gingen er zich mee bezighouden. Namen? Mr. Lee, Armando, Mike Dunn, Tyree, Bam Bam, Adonis, K-Alexi, en natuurlijk Phuture en DJ Pierre, de producers van de eerste acid track zelf.
Fase 2: UK
Die eerste jaren was er een ware explosie aan acid-platen, en de stijl stak dan ook snel de Atlantische Oceaan over waar de Engelse dj’s en het publiek er compleet in op gingen. Het zou leiden tot de excessen van de ondertussen beruchte Summer of Love, waar ook het gele lachende gezichtje, de smiley, als embleem van de stijl werd uitgevonden. Peter ‘Baby’ Ford had enorme hits met klassiekers als ‘Chikki Chikki Ahh Ahh’, ‘Oochie Koochie’ en ‘Children of the Revolution’, en A Guy Called Gerald leverde het klassieke ‘Voodoo Ray’ af. Ook de eerste langspeler van 808 State (waarvan A Guy Called Gerald eerst deel uitmaakte), Newbuild, staat vol met het typische bijenzwermgeluid.
Meteen werd de stijl ook al een stuk harder: de Britten gingen het mixen met zware breakbeats en dat leverde aurale splinterbommen als Stakkers befaamde ‘Humanoid’ op. Dat zou dan weer leiden tot een stijl van acid die vandaag nog duchtig wordt verdergezet door illustere producers als Aphex Twin, Luke Vibert en Mike Dred op Aphex’ Rephlex-label. Zo brachten Aphex en zijn maatjes midden jaren negentig de beroemde Universal Indicator-reeks uit, een serie waarvan de nummers (onder andere MC202 en TB303) duidelijk verwezen naar de synthesizers waar acid mee gemaakt wordt. Ook op Aphex Twins Caustic Window- en Analogue Bubblebath-series staan duizend-en-één variaties op het acidgeluid. Nog onlangs kwam AFX met zijn tiendelige Analord-serie en raad eens wat je daar voornamelijk op terugvindt? Juist, acid. En ook de titel van Luke Viberts laatste, Lover’s Acid, geeft al aan wat je op die plaat voornamelijk gaat horen.
Fase 3: Detroit
In de oorspronkelijke Detroit Techno werden die apparaten natuurlijk ook wel gebruikt maar het was toch pas in de Second Wave of Detroit Techno dat er artiesten naar voren kwamen die zich intensief met acid gingen bezighouden. De eerste twee platen die ooit de NSC-perserijen verlieten waren de eerste release op het label +8 en de eerste op Underground Resistance (UR). Niet dat dat acidplaten waren, maar zowel Richie Hawtin als Mad Mike zouden door heel hun carrière het geluid als vast onderdeel van hun sound gaan gebruiken. Bij Hawtin leidde dat tot klassiekers als ‘Substance Abuse’ en ‘F.U.’ (onder het pseudoniem FUSE) en later zowat het hele oeuvre van Plastikman (hoewel Hawtin onder dat alias iets abstracter te werk gaat, maar het blijft wel degelijk acid). Mad Mike (eerst nog samen met Jeff Mills) zou het geluid tot een vast bestanddeel van zijn Acid Rain-serie maken en vanaf klassieker ‘The Final Frontier’ zou hij het ook gaan combineren met snelle electrobeats.
Fase 4: De wereld
En wat succes heeft wordt nagemaakt. Zo verging het ook acid. Nu, ‘vergaan’ is een groot woord, want niet alle epigonen deden per se slecht werk. Neem nu Daniel Bell (ofte DBX) en Robert Hood, die acid volledig tot zijn allereenvoudigste basis terugbrachten en zo de grondleggers van de minimale techno worden. De eerste begon zijn carrière trouwens op Probe, het sublabel van +8, terwijl de tweede dan weer een van de originele leden van UR was. Ook een kopstuk werd Josh Wink, wiens ‘Higher State of Consciousness’ een van dé acidklassiekers aller tijden is. Onvergetelijk is ook Bobby Konders’ ‘Nervous Acid’, uitgebracht op het klassieke New Yorkse label Nu Groove. Ook Woody McBride aka DJ ESP uit Minneapolis en zijn label Communiqué leverden een stevige bijdrage aan de verbreding van de stijl. Nog namen? Miss Djax en haar Djax-up Beats-label, waar onder andere The Acid Junkies van Stefan Robbers de stijl tot op vandaag blijven uitdiepen. Zij was trouwens de eerste die het belang van Chicago als thuisfront van de acid terug in het zonnetje zette, want op haar label kan je bijna alle grondleggers van de stijl terugvinden. En in Duitsland vind je dan een figuur als Rob Acid, die de stijl ging toepassen op bonkende techno.
Zoals gezegd: feitelijk vind je acid terug in zowat elke elektronische stijl die sindsdien is opgekomen, zelfs in downtempo en vernieuwende hiphop. Maar midden jaren negentig was het in de meeste gevallen vaak niet meer dan een opsmuk, een detail tussen vele andere geluiden geworden.
Fase 5: The Return of Acid
Dat veranderde toen er in het begin van het nieuwe millennium uitgebreid teruggegrepen werd naar de geluiden van de jaren tachtig. In het house- en technomilieu manifesteerde zich dat onder andere door het opnieuw bouwen van nummers met de meest elementaire elektronische geluiden. En dan komt Chicago House natuurlijk onmiddellijk in het vizier. Sinds een jaar of drie vliegen de ouderwetse jack tracks je dan ook opnieuw om de oren. En deze keer zijn het merkwaardig genoeg vooral Europeanen die de nieuwe lichting acidproducers aanvoeren. Meer bepaald de producers van het zogenaamde Vet Geluid zul je niet snel een 12-inch zien uitbrengen zonder dat er een acid mix op staat. Ook allerlei electrolabels verwerken de stijl opnieuw in hun nummers. En de duidelijkste bijdrage komt van Music For Freaks, het label van Justin Harris en Luke Solomon, oftewel Freaks. Zij brachten vorig jaar de verzamelaar Bad Acid uit, waarop hedendaagse houseproducers allemaal een acid track afvaardigen. Het duo zelf leverde voor die compilatie trouwens een nieuwe versie van Adonis’ onsterfelijke ‘No Way Back’ af. En zo is de cirkel natuurlijk rond.
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/diverse-artiesten/the-return-of-acid/9694/
Meer Diverse Artiesten op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/diverse-artiesten
Deel dit artikel: