
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Integrity maakte met albums als Those Who Fear Tomorrow (’91) en Systems Overload (‘95) de blauwdruk voor metalcore. De duistere mix tussen hardcore, punk en metal is heden ten dage nog steeds niet geëvenaard en zonder het baanbrekende werk van Integrity kunnen we stellen dat de hedendaagse metalcore-scene er heel anders uit gezien zou hebben. De scheurpapieren stem van heerschap Dwid geeft nog een extra zetje aan de agressiefactor van Integrity.
De muziek ging gepaard met een occult sfeertje en controversieel gedrag van frontman Dwid (Lees deze naam eens achterstevoren en ondersteboven en er staat Pimp). Met zijn eigen blaadje Bloodbook ging hij tekeer tegen bands als Chain Of Strength (straight edge-sensatie uit California) en Pitbull (beukende hardcore uit Detroit). Waarom wist niemand, hij had er immers ook geen reden voor. Het ging hem enkel om de controverse. Dit zorgde er tevens voor dat hij het ook verziekte voor zijn eigen band. Dat het niet altijd bij praatjes bleef, blijkt uit de volgende uitspraken van Jason Popson van de band Mushroomhead: “He did a show at the old Peabody's. He got in a fight, and some kid pulled out a knife and cut the mic cord while he was singing. Dwid ended up chasing him down the street with a gun, firing shots in the air. Ridiculous stuff like that and one time, he got a human ear somehow and nailed it to his roommate's door, with a note that said, 'Lend me your ear.' Just bad news - everything you want a hardcore singer to be. He was an instigator, for sure. He was a demon."
Op het mini-album Humanity Is the Devil staat ook het dertien minuten durende nummer titelnummer. Het is geschreven door Dwid, die erop klinkt of hij Lucifer zelf is. Mijn huisgenoot kon het in ieder geval niet waarderen. Wie iets verder kijkt komt erachter dat het nummer gaat over het gelijknamige boek van Robert de Grimston. In dat boek wordt een theorie naar boven gehaald dat in 75% van de mensheid de duivel huist. De mensheid was het tegenovergestelde van God. De volgelingen van de Grimston hielden er apocalyptische ideeën op na en legden zich toe op de vernietiging van het aardse bestaan.
Dat de man uit Cleveland een broertje dood had aan touren blijkt uit het volgende. In een interview kon de beste man enkel het volgende uitbrengen: “I don't care, I'm a hillbilly, I have a gun under my bed, I don't care, we want to go home.” Johan van Reflections Records mocht hem ook eens interviewen en gaf te kennen niet echt onder de indruk te zijn van het geflirt met Anton LaVey en The Church Of Satan. Dwid kon er niet om lachen en werd bloedserieus, deed de deur van de tourbus op slot en begon op indringende toon te vertellen dat hier geen grappen over gemaakt moesten worden. Uit eigen hand kan ik vertellen dat de labelbaas van Reflections Records niet gemakkelijk heeft gezeten tijdens het interview.
Naast Integrity had de beste man onder de naam Psywarfare een noise-project opgestart in de stijl van noise-artiesten als Bastard Noise of Merzbow. Hij vond zijn werk zo goed dat hij zijn diensten aanbood aan de FBI en de CIA omdat hij wist dat deze al jaren bezig waren met het maken van psychologische wapens. Hij bood daarom hemeltergende lage frequenties aan die de FBI en de CIA kon gebruiken als martelwapen. Waarschijnlijk is zijn brief op de grote stapel ‘leuk geprobeerd’ terechtgekomen.
Integrity was niet enkel Dwid, de groep werd muzikaal gedreven door de Melnick-broertjes. In 1998 wordt met hen het laatste album Seasons in the Size of Days gemaakt.. Je kunt bij dit album overigens nauwelijks nog spreken van een samenwerking. De broertjes sturen hun riffs op naar Dwid en hij zingt op een tape de zanglijnen mee. In de oefenruimte treffen ze elkaar niet meer. Controversieel aan dit album is het laatste nummer ‘Burning Flesh Children to Mist’ dat de “final sermon of the people’s temple” bevat. Dit is de sekte van ene Jim Jones. Je hoort hier zijn laatste toespraak waarbij je op de achtergrond hoort hoe kinderen krijsend de dood ingejaagd worden door limonade met cyanide te moeten drinken. De tape is al jaren in bezit van Dwid en werd al jaren gezocht door de FBI.
In november 1998 zou Dwid nog één keer samen spelen met de Melnick-broertjes. Die hadden intussen In Cold Blood opgericht, dat opende voor Integrity. Aan een kant van het podium was een trap waar de leden van Integrity, die niet in In Cold Blood speelden, zaten. Tony Brummel, labelbaas van de twee bands, wilde de trap betreden om te praten met Dwid. Tony werd tegengehouden door de uitsmijters toen Dwid probeerde hem toch op de trap te krijgen. De uitsmijters pakten hem beet en begonnen Dwid te slaan. Dwid werd afgevoerd terwijl hij hysterisch aan het lachen was. Meneer mocht er onder geen enkel beding meer in en zo kon de laatste show van Integrity niet eens doorgaan. Eigenlijk een passend einde voor de controversiële frontman rond de band Integrity
Integrity werd door Dwid in de jaren daarna nog diverse keren heropgestart om al dan niet onder de naam Integrity2000 albums uit te brengen zoals Closure, Integrity2000 en To Die For. Het laatste nieuws is dat ze weer touren door de Verenigde Staten. Onlangs is er op Goodlife Recordings het album Sliver in the Hands of Time verschenen met daarop een verzameling van e.p.’s, split e.p.’s en compilatienummers. Maar het belangrijkste is het boekje waarin allerlei verhalen van en over Dwid en Integrity staan. Tevens is Dwid bezig met een nieuw project getiteld Roses Never Fade dat omschreven kan worden als duistere folk. Surf naar Roses Never Fade om enkele nummers te beluisteren. Voor Integrity-nummers kan je naar Dwidhellion.com surfen, waar je op Integrity kan klikken.
http://www.kindamuzik.net/artikel.php?id=10683
Meer op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/709
Deel dit artikel: