
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Roskilde 2005 was net niet uitverkocht. Volgens de organisatie valt de verkoop altijd tegen als de vorige editie verregend is. Toch blijft Roskilde een gigantisch festival. Bij een drukbezocht concert op het grote Orange podium als dat van Black Sabbath of Brian Wilson ben je in de beste stadiontraditie afhankelijk van de grote schermen om te zien wat die kleine vlekjes in de verte nou eigenlijk aan het doen zijn. Ook de te lopen afstanden zijn aanzienlijk; de een beetje op een uithoek van het terrein liggende Arena-tent is tien minuten stevig doorstappen van het dichtstbijzijnde andere podium vandaan. Gelukkig zijn er ook kleinere podia en juist daar staan de meest verrassende acts geprogrammeerd.
Hoewel Roskilde qua sfeer en opzet veel lijkt op een groter Lowlands, zijn er wat verschillen. Zo is het festival op loopafstand van het stadje, wat de lokale middenstand een mooie gelegenheid geeft eens per jaar flink extra te verdienen. Of de rest van de bevolking, zoals de mevrouw die een beetje verdwaasd door de supermarkt liep en overal waar normaal vlees of zure haring hoorde te liggen blikken met bier en flessen cola zag, er ook zo blij mee is, is de vraag.
Logischerwijs bestaat het publiek vooral uit Denen, alhoewel er ook een aanzienlijk percentage Zweden aanwezig is (het verschil is makkelijk te horen: Denen slikken zo veel mogelijk
letters in, terwijl Zweeds juist erg veel beklemtoonde lettergrepen kent.) Die zijn niet alleen voor een groot deel op een clichématige, bijna glow-in-the-dark-wijze blond, ze zijn gemiddeld ook lekker klein zodat je minder snel last hebt van geblokkeerd uitzicht. Verder doen ze niet aan die achterlijke funhats, de vissershoedjes waar Nederlanders zich op festivals altijd mee menen te moeten tooien (zag je een groepje personen met funhats op dan waren het zonder uitzondering Nederlanders.)
Wat niet betekent dat de Denen geen modemisdaden plegen op festivals. Veel spiegelende politiezonnebrillen en teenslippers bijvoorbeeld, maar het meest opvallend is toch de opkomst van de dikkekontenrok-met-legging. De dikkekontenrok is een korte rok die ontzettend snel breed uitloopt en meestal eindigt in een truttig de-gordijnen-van-oma plooienspel. Het breed uitlopen veroorzaakt het optische kontverdikkingseffect, dat surrealistische vormen aanneemt als er juist ontzettend dunne beentjes onder de rok vandaan steken. Het lijkt dan net of al het aanwezige lichaamsvet uit angst voor de zon onder de rok is gekropen. De echte die-hard trekt er dan vanuit het idee "als je voor lul loopt moet je het ook goed doen" nog een legging onder aan ook.
Dus je draagt je teenslippers en dikkekontenrok-met-legging aan, je politiezonnebril op en je hebt je pak met goedkope wijn zodat je niet het bier op het festivalterrein hoeft te kopen voor iets meer dan drie euro per beker (en dat is goedkoper dan bij de meeste cafés)? Dan kunnen we bandjes gaan kijken.
DONDERDAG 30 JUNI:
Die Anarchistische Abendunterhaltung staat als een van de eerste bands op Roskilde geprogrammeerd en dat is meestal geen benijdenswaardige positie. Maar de Belgen beschikken over een geheim wapen: Balkan feestmuziek. De meer experimentele kant van het repertoire wordt grotendeels genegeerd ten faveure van een echte festivalset vol razendsnelle klarinetriedels en vioolloopjes. En het heeft succes, want de Pavilion tent staat binnen de kortste keren mee te springen, dansen en klappen. Als na een paar nummers dan ook een drummer en contrabassist voor nog wat meer kracht zorgen gaat het publiek zelfs dusdanig loos dat de nog erg waakse veiligheidscoördinator maant tot wat meer rust. Tevergeefs, want DAAU blijft het publiek opzwepen tot het triomfantelijk in ontvangst genomen applaus.
De Balinese danseres is een begrip over de hele wereld. De Noord-Balinese muziek- en dansgroep Dwi Mekar toont aan waarom. De danseressen doen angstwekkend synchroon hun ingewikkelde danspasjes, waarbij ook de gezichtsuitdrukking en de stand van de ogen van belang is. Om het nog moeilijker te maken gebeurt dat op nerveuze en snelle gamelanmuziek. Het ziet er uit of er ongeveer 100 jaar op geoefend is. Ook de bandleden slaan niet gewoon op hun gamelan, maar doen dat met een gechoreografeerde hand- en hoofdbewegingen. Het roept allemaal vooral bewondering op, maar om echt emotioneel te raken staan de symboliek en de muziek te ver van de toeschouwer af.
De Engelse hype van het moment mag natuurlijk niet ontbreken op een festival als Roskilde. Typische Britse branie is echter ver te zoeken bij Tom Vek en zijn band. Het publiek ziet een stel brave studiomuzikanten erg hun best doen origineel te zijn, maar de status van 'hoekig' bandje nummer zoveel ontstijgen ze nooit, ondanks de originele bezetting met twee basgitaren.
Als de presentator vraagt of er ook Duitsers in de tent zijn voor het optreden van Tocotronic steekt zo'n 80% van de tent zijn hand op. Chauvinisme? Of weten zij iets dat de andere nationaliteiten niet weten? Het laatste blijkt al snel. Geholpen door waarschijnlijk het beste geluid van het festival zet het Hamburgse kwartet een strakke set neer met veel materiaal van het onlangs verschenen Aber Hier Leben, Nein Danke.
(MtH)
Flogging Molly maakt er natuurlijk weer een vrolijke bende van, zoals gewoonlijk zonder enige vernieuwing. Weer blijkt dat een eenvoudig folkpunkfeest geen verrassingselementen behoeft om in een gigantische, uitpuilende tent als Arena de voetjes van de vloer te krijgen.
Scott Weiland gilt tijdens hun optreden op het hoofdpodium Orange geregeld ‘motherfuckin’ rock-‘n-roll’ maar eigenlijk moeten we concluderen dat Velvet Revolver maar op halve kracht staat te rocken. Wat niet wil zeggen dat de gerehabiliteerde sterren er niet extreem rock-‘n-roll uitzien. SS-pet (goede smaak is anders – MtH), zwarte blouse en strakke broek om de spillebeentjes, rode stropdas, zwartomrande ogen: Weiland is een professional. Slash ziet er al twintig jaar hetzelfde uit, maar wat zou hij zijn zonder zwarte krullen, zonnebril en zijn gitaar die hij wel nog steeds geniaal bespeelt. We zijn muzikaal beter gewend van deze mannen, dus laten we hopen dat ze nog niet op hun retour zijn.
De echte rock-‘n-roll attitude is ook te vinden bij Sonic Youth, die dit jaar tweemaal mogen optreden op Roskilde. In hun eerste set laten ze hun welbekende noiserock horen. Gedetailleerd gitaarspel in melodieuze liedjes die vaak eindigen in noise, dat vanuit een muur van versterkers het publiek overspoelt. Masturberend met zijn gitaar werkt Thurston Moore naar het hoogtepunt toe en beklimt zijn instrument alsof het zijn geliefde is, terwijl hij haar liefdevol zoent. Jimi Hendrix doet het hem niet na.
Hoe later, hoe uitzinniger het Deense publiek, dat bekend staat om overmatige alcoholconsumptie. De Afrikaanse superster Mory Kanté, bekend van 'Yeké Yeké', krijgt de massa dan ook eenvoudig op de hand. Een zatte meute of niet, Kanté zet een topprestatie neer die ik met mijn eigen nuchtere ogen en oren kan beoordelen. Geïnspireerd door Cubaanse, Congolese, Amerikaanse en Europese muziek maakt hij een exotische mix waarop de stijfste hark nog gaat heupwiegen. En stralen, dat hij doet, bij het zien van de kolkende menigte. (MM)
VRIJDAG 1 JULI:
De openingsact van de tweede dag, The Ponys [foto links], laat een gemengde indruk achter. Sterke nummers worden afgewisseld met hele zwakke, waarbij geldt dat de tragere, meer wave-y nummers veelal in de eerste categorie vallen, terwijl hoe harder The Ponys rocken, hoe generieker ze gaan klinken en hoe valser de zang wordt. Wel zorgen bij de bassiste heel dunne beentjes voor een van de meeste spectaculair gevallen van dikkekontenrokeffect van het festival.
Bij The Haunted is iets mis: bassist Jonas Björler ontbreekt. Zanger Peter Dolving zegt wel waarom, maar doet dat in het Zweeds. Net als Tocotronic eerder spelen de Gothenburgse thrashers namelijk vooral voor een thuispubliek. Ondanks het resulterende schelle geluid brengt The Haunted het er nog goed vanaf, wat vooral op het conto van Dolving te schrijven is. De man schreeuwt zijn frustraties buitengewoon overtuigend van zich, regelmatig in pure wanhoop op zijn knieën vallend. Ter afwisseling zingt hij af en toe ook nog heel behoorlijk.
Ook veel wanhopig klinkende zang bij The Warsaw Village Band. De zangeressen in deze Poolse volksmuziekband zingen in op een hoge, klagelijke manier die de bialy glos (witte stem) heet. Mooi, maar de jengelige muziek van expres op krasserige manier bespeelde violen en cello gaat op den duur tegenstaan.
De Deense milieuwetgeving is blijkbaar op het gebied van geluidsoverlast wat soepeler dan de Nederlandse, want de volumes op Roskilde zijn vaak trommelvliesverscheurend. Het hardst van allemaal is natuurlijk Sunn O))) [foto rechts]. Iets dat bij een groot deel van het festivalpubliek blijkbaar nog niet bekend is. De modus operandi van de doommonniken verrast hen onaangenaam, gezien de al bij de eerste relatieve zachte opwarmbastoon in wilde paniek naar de oren gebrachte handen.
Bij recente optredens in de Lage Landen bleek Sunn O))) al in topvorm te zijn en ook op Roskilde wordt in de mis een opperste graad van doemvervoering bereikt, alhoewel dat vooral goed te beoordelen is op enkele tientallen meters buiten de Odeon tent, waar het tot een dragelijk niveau afgezwakt volume een betere beoordeling mogelijk maakt.
Scandinaviërs dansen niet. Of niet graag dan. Van de toch al kleine dancetent Metropol wordt nog eens een flink deel van de oppervlakte ingenomen door een cocktailbar. De programmering is er ook naar, met veel luisteracts als Khonnor en Efterklang. Of iets als Warren Suicide. Stel dat Marilyn Manson in plaats van een lelijke man een mooie vrouw in een rode dikkekontenrok en gogolaarzen was, ondersteund door een metalgitarist en een zanger met stekeltjes en dan heb je dit Berlijnse trio. De beukindustrial is effectief, maar weinig verheffend.
Even daarvoor kan er wel gedanst worden bij Captain Comatose, ook uit Berlijn. Het duo geeft een spetterend concert vol jaren tachtig funk op zijn Prince, inclusief synthesizersolo's van de toetsenist met een hele echte Fame-stijl krullenbol. Jammer dat er maar zo weinig mensen op af gekomen zijn.
The Others zijn een op zich heel modaal punkbandje uit Engeland dat opvalt door het snerende platte accent en de dito uitstraling van de zanger. Typisch een eeuwig voorprogramma.
In dit geval is dat voor niemand anders dan Black Sabbath. Zowat heel het festival lijkt op te draven om de uitvinders van de heavy metal te gaan zien. Die vervolgens een concert geven dat alle verwachtingen overtreft. Nou waren die niet al te hoog, niet alleen door Ozzy Osbournes status als 's werelds meest bekende menselijke wrak, maar ook omdat Tony Iommi en Geezer Butler zich in recente interviews ter promotie van soloprojecten nogal negatief hadden uitgelaten over de zanger, die niet aan nieuwe nummers wil werken en vasthoudt aan een beperkte setlist van altijd tien dezelfde nummers.
Iommi en Butler lijken op het podium hun zanger en zijn vreemde capriolen dan ook zoveel mogelijk te negeren, maar ze spelen er niet minder op. Integendeel: Iommi soleert helder en melodieus en dwingt stukken meer respect af dan de hoger aangeschreven Slash. En Butler legt niet alleen een vette groove neer, maar voegt met zijn vloeiende basspel ook zoveel melodie toe dat hij bijna te beschouwen valt als een extra gitarist.
's Werelds grootste reality-tv-ster ziet er voor zijn doen bijzonder fit uit, alhoewel hij wel na elk nummer moet grijpen naar een of meerdere van de talloze met letters gemarkeerde spuit- en drinkflessen. Het enthousiasme bij Osbourne is zelfs eerder te groot dan te klein. Zijn op ongepast momenten als tijdens het trage gedeelte van 'Black Sabbath' geslaakte kreten als "We fuckin' love you guys!" en de rare kikkersprongen vormen de enige smet op een verder foutloos optreden.
Snoop Dogg [foto links] wil door overmatige THC-consumptie nog wel eens net zo traag zijn als Sunn O))), maar daar is op Roskilde geen sprake van. Lang leve het strenge Deense drugbeleid zullen we maar zeggen. Het concert schiet zelfs als een komeet uit de startblokken met achtereenvolgens 'Murder Was the Case', 'P.I.M.P.' en 'Gin & Juice'. Snoop doet daarbij bijna alle raps zelfs (geen matige posserappers dus), waarbij hij extra ondersteuning krijgt van een strakke liveband.
Door te veel "what's my name?"-spelletjes met het publiek gaat in de loop van de concert de vaart er wel uit, maar niet genoeg om de massa bij Orange te laten ophouden met feesten.
De act met de allerslechtste podiumuitstraling op Roskilde is Autechre. Op geen enkele manier wordt de mathematische muziek van het duo visueel ondersteunt. Zelfs de verlichting boven het podium gaat helemaal uit, zodat je alleen twee schimmen in het zwakke schijnsel van hun laptopschermen ziet bewegen. Muzikaal houden de Britten het voor hun doen ook behoorlijk simpel; wat ze produceren klinkt als duistere minimale techno die af en toe een hikaanval krijgt. Er worden zowaar zelfs wat pogingen tot dansen gedaan en maar bij een deel van de dansers is omdat ze zo dronken zijn dat het niet meer uitmaakt dat de muziek een beetje scheef is.
Na een dag met Sunn O))) en Autechre voel je je al snel een ervaren muzikale poolreiziger, iemand die de meeste barre omstandigheden niet alleen doorstaat, maar er zelfs van geniet. Laat het dan maar aan de heren Mike Patton en Merzbow om je uit die droom te halen. Onder de welluidende naam Maldoror brengen ze de meest helse teringherrie voort die mogelijk is. "Kggggggggggggrrrrrrrrrrrrrrrrgggggggggggggggggg" gaan Merzbows iBooks. "Waaaaaaaaaarrrrrrrrrrrrrghhhhhhhhhhhhhhhhiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii" doet Patton terwijl hij zich over een versterker dubbelvouwt. Vanzelfsprekend allemaal op een decibelletje of 120. Heel interessant allemaal, maar wel van dien aard dat als het 2:15 is, je moe bent en het koud hebt, je denkt: "Ik zoek mijn tent maar eens op."
(MtH)
De catchy melodieuze popsongs van The Tears zuigen me de Arena in en laten me niet meer los. Het optreden van voormalige Suede-zanger Brett Anderson en -gitarist Bernard Butler overstijgt alle verwachtingen. Anderson is duidelijk in zijn element hier en straalt zo hard dat podiumverlichting niet nodig is. Hij springt, knielt en zingt vol overgave en geniet duidelijk van het optreden en het publiek. Naast nieuwe eigen nummers krijgen we af en toe een Suede-song cadeau die steeds met luid gejuich wordt onthaald. Oude tijden herleven, maar het nieuwe tijdperk is minstens zo goed. Suede is dood, lang leve The Tears!
Minuten voordat Death From Above 1979 het podium bestijgt vult een trouwe schare fans al laaiend enthousiast de kleine Pavilion tent. Wanneer het Canadese duo de set inzet met pittig drum- en gitaarspel gaat het publiek helemaal los. Terwijl Black Sabbath vanaf het hoofdpodium het veld met duizenden festivalgangers bevredigt, bouwt Death From Above 1979 hun eigen rockfuif. Waar de fans van tevoren niet meer overtuigd hoefden te worden, moesten wij dat wel en dat is niet volledig gelukt. Waar op de plaat DFA '79 nog aangenaam losjes klinkt, daar spelen live Jesse Keeler en Sebastien Grainger regelmatig volkomen langs elkaar heen. Bovendien huilt Grainger lang niet zo hitsig als op de plaat.
De meest sympathieke punkband van onze oosterburen openen hun act groots met ‘Bittersweet Symphony’ van The Verve. De Beatsteaks geven een energieke show met veel humor en power. Hun eigen nummers, die op zichzelf al goed genoeg zijn, wisselen ze af met covers van Sublime en Beastie Boys. Als extraatje wil de zanger wel even crowdsurfen op zijn gitaarkoffer, hetgeen de security met zweet op het voorhoofd nauw in de gaten houdt.
(MM)
ZATERDAG 2 JULI:
Toumani Diabaté uit Mali is de koning van de koraharp en bovendien een uiterst beschaafde en vriendelijke man die tussen de nummers door uitleg geeft over zijn instrument en de muziek die hij speelt. Zijn virtuoze soloconcert is zo een prima manier om de derde festivaldag op relaxte wijze te beginnen.
Ook bij Svartbag [foto rechts] is het nog goed bijkomen, alhoewel de postrock van de Denen wel een slag harder is. Op Godspeed-achtige wijze laten ze hun muziek langzaam, bijna onopgemerkt aanzwellen tot majestueuze geluidsmuren. Wereldtop in deze overbevolkte niche is Svartbag zeker niet, maar door de spanningsopbouw blijft het concert wel continu boeiend, iets waar het bij veel andere Godspeed-adepten nog wel eens aan wil schorten.
Bjørn Berge, de Noorse slidevirtuoos die er uitziet en zich kleedt als een commando, blijkt uitstekend Deens te spreken. Wel zo handig voor de interactie. Tenminste, met het deel van het publiek dat je verstaat. Net als op de plaat overtuigt Berge meer met de vele covers van andermans werk als 'Black Jesus' (Everlast) en 'Ace of Spades' dan met zijn eigen composities, nogmaals bevestigend dat hij toch vooral een uitstekend uitvoerend artiest is.
Waar het bij Bjørn Berge in de Odeon tent nog behoorlijk vol was, daar blijft het bij het begin van het optreden van Plantlife angstig rustig. Meer dan een man of vijftig kan er niet zijn komen opdagen voor Jack Splash en zijn band. Maar als je klinkt als de ideale kruising tussen Prince en Outkast, en als twee druppels water op een jonge Lenny Kravitz lijkt, (maar dan met meer charisma), én als je band niet alleen zo strak en funky speelt als maar kan, én dan ook nog een dj hebt die terecht Rasheeda The Beautiful heet (en natuurlijk een dikkekontrok draagt), dan loopt die tent vanzelf wel vol. Al die mensen kunnen dan over een paar jaar, als Plantlife een van de grootste bands ter wereld is, zeggen: "Ik was erbij."
Bij de prestaties van de grote rockdino's op het Orange podium neemt Foo Fighters [foto links] een middenpositie in. Niet zo onthutsend slecht als Velvet Revolver of Duran Duran, maar ook niet zo goed als Black Sabbath. Alhoewel het daar bij het eerste nummer nog wel op lijkt. Dave Grohl heeft blijkbaar zin en hard, want hij heeft zijn Sunn O)))-t-shirt aangedaan en de Foo Fighters beginnen met een stel verrassend fris klinkende keiharde nummers. Maar als dan het toch altijd wat conventioneel klinkende vertrouwde materiaal tevoorschijn wordt gehaald, dan klinkt Foo Fighters gewoon weer als de zoveelste 'wel leuke' Amerikaanse rockband. Daar kan zelfs Grohls klauterpartij in de geluidstoren niks aan veranderen.
Als het publiek zelfs nadat de presenator heeft uitgelegd dat het om technische reden niet mogelijk is om een toegift te spelen blijft roepen om meer, dan heb je een goed concert gegeven. En dat is misschien wel een understatement voor de prestatie die de enige Nederlandse act op Roskilde neerzet. Helemaal omdat het optreden voor The New Cool Collective Big Band vrij rampzalig begon. De vaste geluidsman kreeg tijdens het opbouwen een ongeluk en moest naar het ziekenhuis worden afgevoerd. De technici van Roskilde zelf zijn echter ook in staat een goed geluid neer te zetten en met wat vertraging kan de big band van start. Door swing met een flinke afrobeatinjectie boven virtuoze solo's te zetten krijgt het Collective de hele tent in beweging en bewijst zo en passant dat jazz makkelijk een groot publiek kan aanspreken.
The Raveonettes zijn op een Velvet Underground-trip. Op één nummer gebruiken ze een band met drumwerk van Moe Tucker en tijdens de toegift komt een Deense jarenzestiglegende ze bijstaan voor een cover van 'Waiting for My Man'. Hoewel het nieuwe materiaal iets meer de richting van de beatmuziek opgaat, heeft de lijzige stofzuigersound nog steeds de overhand bij The Raveonettes. Wat automatisch weer betekent dat het concert zich in het niemandsland ergens tussen 'langdradig' en 'hypnotiserend meeslepend' in bevindt, waar The Raveonettes zich zo thuis lijken te voelen.
(MtH)
Een duo dat nog altijd indruk maakt en waarvan de onderlinge chemie vanaf spat, is The Dresden Dolls [foto rechts]. Toetsenist/zangeres Amanda Palmer en drummer Brian Viglione zijn extreem goed op elkaar ingespeeld. De Brechtiaanse punkformatie is theatraal en spannend, speels en gevoelig. Indrukwekkende pianopartijen, wervelend drumspel en kraakheldere passionele zang bouwen verfijnd de spanning op tot een exploderende climax. Gewoonlijk dragen ze Black Sabbaths ‘War Pigs’ op aan Bush, maar deze keer spelen ze het voor de band zelf, die een dag eerder het festival op stelten zette. Hun eerbetoon aan Jacques Brel neemt de vorm aan van een Engelstalige uitvoering van 'Amsterdam', hetgeen wij Nederlanders uiteraard met een luid applaus ontvangen.
(MM)
Kaiser's Orchestra gitarist Ted Winters heeft een eigen ramrockproject onder de naam Skambankt. Gekleed als een ware rock-'n-rollfascist in zwart overhemd, zwarte stropdas, zwarte pet en spiegelende pilotenzonnebril staat hij wijdbeens voor een muur van Marshall stacks en een extra verhoogd drumpodium. Al tijdens het eerste nummer wordt duidelijk dat Skambankt een topband in het genre is, die de kracht van Motörhead koppelt aan de catchiness van landgenoten Turbonegro en het afmaakt met een royale dosis (naar verluidt ultralinkse) Noorse meeschreeuwslogans. Het glazuur op de cake doet de bassist door al na een paar nummers zijn instrument stuk te slaan op het podium.
(MtH)
Waarom Jimmy Eat World op het hoofdpodium staat geprogrammeerd, weet niemand, en het veld is dan ook nog niet voor de helft gevuld. Alhoewel de zon fel brandt, is het optreden van onze Amerikaanse emopunkers maar lauw. Letterlijk lauw bedoelen we dan, en niet het hippe jeugdslang voor cool, vet of keigaaf. Het emotieloze, energieloze optreden voor het hele gezin kan de voornamelijk jeugdige bezoekers wel boeien en zelfs een stoere, getatoeëerde, langharige Viking zingt uit volle borst mee. De routineuze klus eindigt zoals altijd met de dikke hit ‘Sweetness’.
Dat Green Day [foto links] weer immens populair is en een heuse superact, ondervinden we niet alleen vanwege het overvolle veld voor het hoofdpodium, maar ook aan Billy Joe Armstrongs egotripperij. Er zijn veel momenten waarin er totaal geen vaart in het optreden zit, vanwege de door mij zo verafschuwde onderbrekingen: de zelfverheerlijkende ‘even kijken of duizenden mensen doen wat ik zeg’ publieksparticipatie in de vorm van ‘Say heeeeeeeeeyho’ en dat soort onzin. Uiteraard moet dat soort macht verslavend zijn, maar als je dat na ieder nummer doet, ben je toe aan rehabilitatie. Afgezien daarvan spelen ze niet slecht, worden ze bijgestaan door een blazerssectie en mixen ze oud en nieuw naar wens, zodat alle generaties aan hun trekken komen. De drie jongens die een nummer lang de bas, de gitaar en de drums mogen overnemen zullen dit optreden in ieder geval nooit meer vergeten.
De grootste fout van Roskilde 2005 is het programmeren van Duran Duran. Een drukbezocht optreden, met een weinig enthousiast publiek. Hier juicht men niet massaal op commando, wat Simon LeBon herhaaldelijk lichtelijk voor schut laat staan. Hij geniet zichtbaar niet, werkt passieloos oude en nieuwe nummers af, terwijl de band niet slecht speelt. De grote ‘In it for the money?-vraag’ rijst snel op. De jaren tachtig-hits worden hartelijker ontvangen dan de nieuwe. Teren op het oude succes om nieuw werk te promoten is er niet bij.
(MM)
ZONDAG 3 JULI:
Lekker de kater wegheadbangen kan op de eerste band van de laatste dag. Mercenary komt uit Denemarken en klinkt misschien wel daarom als een kruising tussen Duitse powermetal en Zweedse melodieuze thrash. Helemaal verkeerd is het niet, maar door een gebrek aan originaliteit in met name de riffs maakt het ook verre van noemenswaardig.
De Pakistaanse qawwali-zanger Faiz Ali Faiz [foto rechts] zit als een echte ster op het podium. Arrogante 'jullie mogen blij zijn dat ik hier ben'-uitdrukking op het gezicht en nuffig zakdoekje in de hand geklemd. Misschien ook wel een houding die te verwachten valt van een zanger van sufi-muziek die wordt geconfronteerd met een tent vol meisjes in bikinitopjes en jongens zonder shirt die dan ook nog massaal alcohol aan het drinken zijn.
Zodra Faiz gaat zingen gaat zijn afstandelijkheid echter abrupt over in, weliswaar behoorlijk theatraal gebrachte, religieuze vervoering. Eerdere concerten in de aan 'wereldmuziek' gewijde Ballroom-tent hadden al geleerd dat je met de daar optredende klassiek getrainde muzikanten die de top in hun genre zijn eigenlijk nooit fout kan zitten, alhoewel het door gebrek aan referentiekader wel lastig is om iets te zeggen over de relatieve kwaliteit van het concert. Zo lijkt Faiz een beetje verkouden dan wel geïrriteerd door het stof, maar klinken zijn dramatische uithalen over de grootsheid van Allah en heiligen deze ongeoefende luisteraar wonderschoon in de oren.
De meningen over de Congolese straatband Konono No. 1 zijn verdeeld. De voortplingelende elektrisch versterkte duimpiano's die het klankbeeld beheersen zijn minimalistisch en monotoon als bij de beste techno. Met als gevolg dat je of blijft zitten en het verschrikkelijk saai vindt, of gaat dansen en je in vervoering laat brengen door het uit één lang nummer bestaande optreden.
Eerder dit jaar in Utrecht maakte Bright Eyes een nogal fletse indruk. Conor Oberst was er zelf blijkbaar ook niet tevreden over, want in Roskilde treedt hij aan met een grotendeels andere band. De nieuwe set muzikanten weten meer toe te voegen aan de muziek en ook Oberst eigen podiumact is sterk verbeterd. Wel blijkt weer dat het materiaal van de twee nieuwe albums het niet haalt bij dat van Lifted, waarvan alleen 'Lover I Don't Have to Love' als toegift wordt gespeeld.
(MtH)
Wanneer je Turbonegro [foto links] gaat bekijken verwacht je een ruige spectaculaire glamrockshow die misschien wel eens te ver zou kunnen gaan. Zanger Hank von Helvete komt op in een vinkingpakje, gehuld in een gigantische bontmantel. Het ziet er imposant uit, maar ze houden het netjes. Ook de muziek komt niet zo overtuigend over als hun reputatie doet vermoeden.
(MM)
Mike Patton was maar liefst vier keer te zien op Roskilde. Naast het al genoemde Maldoror, speelde hij ook nog met Fantômas, deed wat dingen samen met Rahzel en bracht het Kaada/Patton-project live ten gehore. De composities van de Noor John Kaada liggen een stuk makkelijker in het gehoor dan die van Merzbow. De bombastische, filmische muziek doet denken aan wat Pattons voormalige Mr. Bungle-collega Trey Spruance maakt als Secret Chiefs 3. Pattons grotendeels woordloze zang bestaat dan ook voornamelijk uit dramatische 'Aaah ha-ha's. Er komt zelfs een echt liedje voorbij in de vorm van een cover van 'Suicide Is Painless'.
(MtH)
De Futureheads uit Brighton brengen lekkere hoekige popmuziek, in de traditie van Franz Ferdinand en Kaiser Chiefs, geïnspireerd door jaren tachtig-bands als Madness. Strak in het pak geven ze vrolijk een keurige, frisse, energieke show met ruimte voor een de nodige meligheid. Over het algemeen is het optreden wel erg clean en daardoor weinig verrassend, helaas.
Gauw op naar de Pavilion om nog een stuk van The Faint mee te pikken dus. De tent barst uit zijn voegen van de drukte en de energie die van het podium en uit de boxen spat. De bandleden bewegen op hun heftige electro, versterkt met stevige gitaarriffs, alsof ze zelf tussen het publiek staan en zetten een pittige, dynamische act neer.
Ook Bloc Party weet te overtuigen. Met hun ritmische, complexere en explosieve pop maken ze de hype terecht. Niet het zoveelste frisse Britse bandje, zoals die sinds Franz Ferdinand (Bloc Party’s ‘ontdekkers’) als paddestoelen uit de grond schieten, maar origineel en verrassend. Bevriend met een van die bands, The Futureheads, spelen ze een nummer van hen ter afsluiting.
(MM)
Wie de comeback van Brian Wilson [foto rechts] al eens live tijdens de Smile-tournee meemaakte, weet ongeveer welke feestelijke potpourri van Beach Boys-klassiekers op het programma staat. Toch weet de meest legendarische strandjongen op Roskilde minimaal twee keer te verrassen. Behalve de 'verplichte' songs van Smile en Pet Sounds, die Wilson - in een eeuwig Hawaïshirt en met een autocue voor de snufferd - voorleest, hebben hij en een fantastische begeleidingsband een kerstliedje van de nieuwe plaat ingestudeerd.
Een andere grote verrassing voor de fans is dat Brian Wilson gedurende de hele toegift met een gitaar in zijn handen stond. Bijzonder, omdat Wilson normaliter alleen maar achter een keyboard zit. Spelen doet hij nauwelijks. De gitaar houdt hij dan ook alleen vast, terwijl hij een beetje van links naar rechts beweegt.
Maar de songs die door tienduizenden mensen worden meegezongen klinken
als vanouds en zorgen opnieuw voor massaal kippenvel. Merry
Christmas, Mr. Wilson!
(MD)
Na Brian Wilson zijn we helemaal in de stemming voor klassiekers om op te dansen en daarvoor is Chic de perfecte band. Arrogant maar disco to the bone en daarom swingt de tent de pan uit. Heupen wiegen, borsten schudden en er wordt gepaaldanst. Woaaaah Freak Out!
We zijn nog niet klaar met schudden met de billen, want een eindje verderop staat Juan Luis Guerra met zijn warme zuiderse latin, gemixt met Afrikaanse en moderne westerse stijlen, de koude Deense nacht in te luiden. Voor de exotische klanken van de Dominicaanse zanger, bekend van de hit 'Burbujas De Amor' waarmee hij zomer 1991 ook in de top van de Nederlandse hitparade stond, loopt heel Roskilde warm. Letterlijk, want naast groepen uitbundig dansende mensen ontstaat er een gigantische polonaise van uitzinnige feestvierders, die de laatste avond van het festival gedenkwaardig willen afsluiten.
(MM)
Fotografie:
Bart van Vliet: Roskilde sfeerfoto's, The Pony's, Svartbag en Faiz Ali Faiz.
Tim van Veen: Sunn0))), Snoop Dogg, Green Day, Foo Fighters, Dresden Dolls, Turbonegro en Brian Wilson.
Met dank aan Festivalinfo
http://www.kindamuzik.net/live/diverse-artiesten/roskilde-2005-10061/10061/
Meer Diverse Artiesten op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/diverse-artiesten
Deel dit artikel: