
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Moeilijk is in. Door internet hoef je niet meer na één keer oppervlakkig luisteren in een platenzaak te bepalen of een lastig te doorgronden plaat wel iets voor jou is. Ook aan de muzikantenzijde is het makkelijker geworden extremen op te zoeken door de voortschrijdende techniek; je hoeft geen dure studio meer terug te verdienen en digitale audiobestanden zijn eindeloos te bewerken. Het gevolg is een enorm aanbod aan experimentele muziek, dat ook nog eens grif wordt afgenomen. Van The Mars Volta tot Autechre, van Jan Jelinek tot Animal Collective, overal stroomt het publiek toe om muziek die de grenzen opzoekt te luisteren… Behalve dan op de vorige editie van het State-X/New Forms Festival in Den Haag, waar het ondanks namen als Dillinger Escape Plan, Ikara Colt en Tortoise angstig rustig bleef.
De organisatie gooide gelukkig niet de handdoek in de ring. In plaats daarvan werd het festival naar het met minder festivals bezette december verschoven, het aantal locaties verminderd en een weer even eclectisch als veelbelovend programma neergezet, met acts variërend van de zapmetalgeluidsterreur van The Locust tot de geluidskunst-als-computerspel van Toktek.
VRIJDAG 16/12
Sonic Wargame vormde de officiële opening van deze editie. Het betreft een muzikaal spel gevormd door vier teams van drie spelers die het met hun geluidsmateriaal tegen elkaar moeten opnemen. Met een stemkastje kunnen ze het team dat aan zet is wegstemmen. Dat werd volop gedaan waardoor een brij van onsamenhangende geluidsnippers ontstond, steeds onderbroken door een korte stilte zodra een ander team aan zet kwam. Nou is improv geen toegankelijke genre. Het is amper te volgen wanneer er maar één artiest speelt, dus laat staan twaalf zoals hier. Twaalf strijdende improv-artiesten. Kun je je het voorstellen? (TM)
Aux Raus mag Suicidal Birds vervangen, die zonder drummer zitten (en niet, zoals de organisatie nogal fatalistisch meldt, "uit elkaar zijn"). Het nog erg lege Paard-café krijgt daarmee de meest hyperactieve podiumact van het hele festival helemaal aan het begin. Later was waarschijnlijk beter geweest, want een zanger die moont, over de bar kruipt en publiek probeert op te tillen valt in het algemeen wat beter bij een meer aangeschoten publiek. Nu was er toch meer een "wat een ongein"-gevoel. De weinig pottenbrekende EBM-achtige muziek zal mede debet geweest zijn aan dat oordeel.
Het andere uiterste op het gebied van podiumpresentatie is David Thomas [foto links]. De dikke Pere Ubu-zanger gaat regelmatig op een stoel zitten om te roken en bier of iets sterkers te drinken. Teksten onthouden wordt met een dergelijke drankinname lastig, dus heeft hij ze op een lessenaar staan. De muzikale prestatie lijdt er niet onder. De legendarische postpunkers blijken tegenwoordig vooral postrockers, met naast Thomas een hoofdrol voor de indrukwekkende retro-futuristische analoge synthesizers van Robert Wheeler. Traag en spannend, dat is de muziek van Pere Ubu.
De buren van disco Club 14 doen tot middernacht ook mee aan State-X met een programmering die voornamelijk breakcore bevat. Enduser past prima bij de locatie met zijn beukende drum 'n' bass die naarmate het einde nadert steeds meer naar breakcore neigt. Weinig interessant om te luisteren, maar in principe wel dansbaar, als daar tenminste ruimte voor geweest zou zijn.
Boven doet geluidskunstenaar Toktek zijn ding met de doordreunende bassen van Enduser als achtergrondruis. Met een voetpedaal en een joystick manipuleert hij geluid, terwijl VJ MNK er lijntekening-achtige animaties bij maakt. Het geproduceerde geluid bestaat zoals vrijwel altijd bij dit soort projecten uit diverse varianten op ruis. Toch zit er een zekere spanning in, omdat het geluid en de animaties wel degelijk een symbiose aangaan. Ook is het leuk om te zien hoe Toktek met zijn hele lichaam meebeweegt bij het 'sturen' van het geluid met de joystick. Als een tienjarige die helemaal in Mario Bros. opgaat. (MtH)
In de kleine zaal van 't Paard traden twee acts van het Berlijnse label ~Scape op. Andrew Pekler bracht daar twee prachtige albums uit, gevuld met collages van verknipte jazzsamples. Hierbij vormde een tegendraads ritme van drums de ondergrond voor allerhande jazzinstrumenten, van een warm Hammond-orgeltje tot een snerpende trompet. Soms zijn die uitgerekt tot (dubby) gegons of samengeperst tot snippertjes funk. Zo ontstaat een reconstructie van jazz en andere zwarte muziek die zeker zo warm en energievol klinkt. Helaas kwam dat deze avond niet helemaal over. Pekler hield zich teveel bezig met het afstellen van allerhande knoppen, waardoor de ritmes zich amper ontwikkelden en het al snel monotoon werd. Dit terwijl zijn albums juist uitblinken in het voortdurend opeenstapelen van laagjes. Misschien stond het geluid niet hard genoeg (een vaker voorkomend probleem op dit festival) om het publiek mee te nemen op zijn subtiele geluidsexploratie. Het was echter veelzeggend dat hij een half uur eerder van het podium vertrok dan het schema aangaf. (TM)
Gelukkig had Pekler kans op revanche. Hij begeleidt namelijk sinds kort Jan Jelinek [foto rechts] op het podium. Terwijl Jelinek vanachter een tafel vol apparatuur zijn kenmerkende loopjes dirigeert, bespeelt Pekler de elektrische gitaar en neemt Hanno Leichtmann (Static) de drums voor zijn rekening. Zo ontwikkelden ze deze avond een vrij en geïmproviseerd geluid dat losjes was gebaseerd op Kosmischer Pitch het onlangs uitgekomen album van Jelinek waarop hij laat horen dat zijn loop-methode nog lang niet is uitgewerkt. De titel van dat album verwijst naar de krautrock en tijdens dit optreden waren ze soms net zo bezwerend als die Duitse experimenten uit de jaren '70 en '80.
Tijdens het eerste nummer 'Lithiummelodie 1', zo bleek na tien minuten zat Pekler op de grond. Zijn gitaaraanslagen bewerkte hij met een stuk of acht gitaarpedalen zodat een knus en intiem geluid ontstond. Bij het volgende nummer speelden het trio naar een climax van kletterende drums en scheurende gitaren toe. Hoewel het helemaal niet meer lijkt op de zorgvuldig opgebouwde en beheerste constructies van Jelineks album, past het wel binnen zijn aanpak. Tot slot speelden ze een zich weinig ontwikkelende versie van 'Universal Band Silhouette'. Jammer, maar niet meer dan een lichte smet op een bijzonder optreden. (TM)
Het lokale talent krijgt op State-X de kans in de vorm van Ghiu. Dit trio blijkt de plaatselijke postcore-hoop. Qua spanning en dynamiek zit het wel goed, alleen zijn de teksten en uitstraling nog wat te theatraal. Zonder nou meteen te beweren dat het hier de nieuwe Isis of Neurosis betreft, is Ghiu toch wel een band met potentieel. (MtH)
Mira Calix is een van de weinige vrouwen bij Warp. Zoals we verwachten van vrouwen denk even aan Colleen en Susanne Brokesch maakt ook zij fragiele soundscapes en ritmestructuren. Deze ontwikkelden zich tijdens haar optreden echter weinig, waardoor het geheel snel saai en eentonig werd. Pas op het eind bracht ze wat Autechre-achtig gepruttel ten gehore dat wél wist te boeien.
Als een van de laatsten mocht µ-ziq, de platenbaas van Planet Mu, het publiek vermaken met een selectie van zijn hardere werk. Zijn muziek klinkt high-tech en bezwijkt soms bijna onder de digitale frutsels, hoewel het deze avond allemaal in dienst stond van de dansvloer. En die dansvloer danste op zijn nummers die de unieke kwaliteit hebben om drum 'n' bass, hardcore en stukjes breakcore naadloos af te wisselen. Het was alleen jammer dat Mike Paradinas niet de moeite had genomen om alle afzonderlijke nummers die hij speelde (of: aanklikte) tot een geheel te smeden. (TM)
ZATERDAG 17/12
Broken Social Scene heeft als opener van dag twee te maken met weinig publiek. En degenen die er zijn worden niet verwend. Negen personen staan er maar liefst op het podium, inclusief drie gitaristen. Toch slagen de Canadezen er maar niet in enige spanning of intimiteit op te bouwen; het kabbelt allemaal vrij zouteloos door.
Snel naar White Circle Crime Club [foto links] in Club 14 dan maar. Met zijn drieën zijn de Belgen vele malen energieker en intenser dan de hele Broken Social Scene bij elkaar. Vooral de drummer in zijn glimmende sportbroekje zorgt er met zijn ongelooflijke drive voor dat het een enerverend concert wordt dat begint in de lijn van bands als Pretty Girls Make Graves en Blood Brothers, maar verrassend genoeg eindigt met een nummer dat zo van het betreurde Lost Sounds had kunnen zijn.
Nog spannender, en vooral nog harder is Psychic Paramount, een instrumentaal spacerock/stoner-trio. Alles draait hier om de ritmiek. De drummer en bassist zouden hoge ogen gooien op het wereldkampioenschap motorik met hun extreem strakke en minimale, maar toch telkens stiekem verschuivende patronen. Gitarist Drew St. Ivany maakt een wat autistische indruk, zoals hij volkomen in zichzelf gekeerd de vreemdste geluiden uit zijn op okselhoogte opgehangen Les Paul en een stuk of dertig effectpedalen haalt. Als hij vindt dat hij klaar is, plugt hij doodgemoedereerd zijn gitaar uit en stopt hem in zijn hoes, terwijl de bassist en drummer nog even doorspelen en het publiek nog nageniet van een van de hoogtepunten van deze editie van State-X. (MtH)
Tussendoor stond in het café de Hank & Lily Show. Het had iets aandoenlijks, dat rommelige en cabareteske rariteitenkabinet op het kleine podium. Het duo had zich kolderiek verkleed. Lily had een zomers jurkje aan en een plastic gewei op haar hoofd geplaatst. Hank had een leren broek aan, een metalen kapje voor zijn mond en een motorbril voor zijn ogen. Links zat een vrouw die voor spreekstalmeester speelde, zij had zich in een zeemeerminnenpak gestoken. Deze presentatie die soms de vorm kreeg van theater compenseerde de nogal krakkemikkige bluesmuziek. Eigenlijk is de stem van Lily niet zo prettig voor het trommelvlies, ze is schel en scherp. Ook die van Hank is niet helemaal zuiver. Daarnaast verliep het samenspel deze avond niet altijd even soepel. Gelukkig werd het geklungel met een dikke knipoog gebracht waardoor het een soort komisch nummer werd, afgewisseld met liedjes vol humor. Als Lily bijvoorbeeld haar liefde voor een bunny bezingt komt er zowaar een klein mannetje in een konijnpak het podium ophuppelen. Toch leuk, vooral als je een dag eerder voornamelijk saaie laptopacts hebt bekeken. (TM)
Het dronecollectief Vibracathedral Orchestra trad aan zonder opperhoofd Neil Campbell die wegens de geboorte van zijn tweede kindje in zijn Britse thuishaven aan de haard gekluisterd was. Zoals steeds bestond de band uit een wisselende bezetting en de drie leden die deze keer de eer hoog moesten houden deden dit op een heel ingetogen manier. Ze verspreidden één lange organische drone waarop ze met gitaren, fluitjes, rammelaars en andere artefacten een rijke textuur aanbrachten om zo weer tot een volstrekt uniek resultaat te komen. Vibracathedral Orchestra klonk op State-X minimaal en intiem maar wel op een manier die je aandacht meer dan waard was. (HvdL)
Fuck-Off Machete uit Schotland, dat is het jammer genoeg overleden Mclusky uit Wales zonder de humor. Of de Yeah Yeah Yeahs zonder de New Yorkse agressiviteit. Snel weg van deze flauwe indierock, wat nog best lastig is omdat het merendeel van het publiek in het café een andere mening is toegedaan.
Hototogisu is dan weer een heel ander uiterste. Een man en een vrouw bewerken ieder een liggende gitaar met een hele gereedschapsdoos aan spullen. Je ziet ze erg ingespannen hun best doen, maar het enige dat je ervan hoort is een licht geschraap dat af en toe net boven de monotone ruis die 95 procent van het geluidsbeeld vormt uitkomt. (MtH)
Wie af en toe naar het album Pressure luistert van The Bug [foto rechts] weet dat de Engelsman niet van schone en comfortabele beats houdt. Hij bereidt ze rauw en schraal, naar goed recept uit de dancehall en de grime. Live deed hij daar nog een schepje bovenop. De beats werden nog dikker, smeriger en lager zodat soms niet meer dan een lange zoem overbleef. Deze avond had hij twee MC's meegenomen. Naast zijn vaste kompaan Ras B was Paul St. Hilaire, de podiumgezel van Rhythm & Sound, erbij. De laatste maakte al een aantal dub-nummers met The Bug, maar in de grote zaal van 't Paard liet hij horen dat hij ook prima met snelle, grove en opgefokte beats overweg kan. Samen met Ras B stookte hij het grimmige sfeertje verder op. Hun razendsnelle rhymes verdwenen regelmatig in een echo van vies geluid. Jammer genoeg verdween zo ook de aanstekelijke opbouw van een rustig nummer als 'Night Steppa' onder een dikke laag geschreeuw en agressie. Iets meer beheersing had geen kwaad gekund.
Christian Vogel kwam dus als geroepen. In zijn muziek gaat het namelijk alleen maar om beheersing en detail. Om dat te illustreren had de Engelse technogrootheid een laborantenjas aangetrokken. Zo maakte hij vanachter een tafel vol apparatuur een afgewogen mix van droge techno en knapperende glitch die zich steeds ontwikkelde. Voordat een beat zijn maximale effect op de dansvloer had bereikt werd er alweer een nieuw geluid bijgevoegd dat het danseffect beperkte. Geen stampende four-to-the-floor dus, maar een gelaagd complex van verfijnde ritmes die op een bepaalde manier overeen kwamen met de abstracte beelden die op het scherm achter hem werden geprojecteerd. (TM)
De laatste band op het programma is de oud-testamentische plaag die bekend staat als The Locust [foto links]. De vier magere mannen in sprinkhaanpakken laten het Paard op zijn grondvesten trillen, daarbij geholpen door het publiek, dat best bereikt blijkt om om drie uur 's ochtends nog een flinke moshpit te ontketenen. Het muzikale spervuur van schijnbaar lukraak aan elkaar geplakte grindcore-, deathmetal- en blackmetalfragmenten met trommelvliesverscheurende sinusgolven uit een analoge synthesizer als intermezzo's leent zich daar weliswaar niet heel goed toe, maar na een heel weekend arty-farty wil je kennelijk ook wel eens lekker uit je dak. Of The Locust nou echt goede muziek maakt, blijft in al het geweld een beetje in het midden. De spastisch over het fretboard bewegende handen van de bassist en de gitarist en de blastbeats van de drummer wekken bewondering, maar The Locust lijkt in niets anders geïnteresseerd dan in extreme, technische herrie om de extreme, technische herrie, daar waar Melt-Banana en Dillinger Escape Plan nog wel eens een aardig liedje afleveren. (MtH)
Zo bleek de zaterdagavond een stuk boeiender dan de vrijdagavond toen de podia voornamelijk door laptopmusici werden bevolkt wiens optredens eigenlijk per definitie minder levendig zijn dan van hun musicerende collega's. Een act als Jan Jelinek weet daar wel weer een leuke draai aan te geven door muzikanten mee te nemen op het podium. Hij was dan ook het hoogtepunt van de vrijdagavond. Zaterdag bleken Psychic Paramount en White Circle Crime Club het best.
Maar was het lachen geblazen zoals programmeur Henk Coolen voorspelde in een interview met Kindamuzik? Nou nee, daar was de sfeer iets te verantwoord voor. Vanwege de grote namen was het vooral met het schema in de hand favorieten aflopen die vaak tegenvielen, maar die je toch onmogelijk kon missen. Alleen beneden bij het Prak-podium werd gelachen. Daar traden rare en verrassende acts op. Japanners die met een fluit van PVC-buis noise maakten of drie vrouwelijke ninja`s die in de aanval gingen zodra je een bierviltje in de doos voor hen deed. Zulke rariteiten gaven aan dit festival met pretenties wat lucht. En dat was hard nodig.
Beeld White Circle Crime Club: Kenn Verstraeten.
Beeld The Locust: Stephan Mehrer.
http://www.kindamuzik.net/live/diverse-artiesten/state-x-new-forms-11604/11604/
Meer Diverse Artiesten op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/diverse-artiesten
Deel dit artikel: